Paramaribo - De begrotingsbehandeling van het
ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling is inmiddels
achter de rug: veel vragen en tamme antwoorden. Wat opvalt
is het project BEIP (Basic Education Improvement Project)
dat als doelstelling heeft de kwaliteit en de interne
efficiëntie van het primair onderwijs te verbeteren en
daardoor bij te dragen aan de ontwikkeling van het menselijk
kapitaal in Suriname. Het project dat de belangrijke
kwaliteitsverbeteringen moet brengen in het huidige
kleuteronderwijs, gewoon lageronderwijs en het voortgezet
onderwijs voor junioren, (mulo, LBGO, LTS, LHNO, etc.) leek
onder vuur te zijn. Het wordt tijd voor een breder plaatje
met de contouren voor toekomstig onderwijs, waarbij de
centrale vraag is hoe het onderwijs kan bijdragen aan de
door de samenleving beoogde eerlijke spreiding van kennis,
macht en inkomen.
Vooral het idee van de basisvorming blijft hangen, een
basisschool voor kinderen van alle niveaus, waardoor ook
kinderen uit lagere sociale lagen kunnen opklimmen door meer
leerlingvriendelijk onderwijs en zorgverbreding voor de
kids. Hoewel het plan nog erg vaag klinkt in de oren van
velen, is het plan al van de tekentafel af. Het zal wel de
schaduw bepalen van het onderwijsbeleid in de komende 10 tot
15 jaar. Suriname zet in op een grootscheepse vernieuwing.
Er is veel kritiek op het onderwijs welke betrekking heeft
op achterhaalde curricula, klassengroottes van 40+, tekort
aan bekwame leerkrachten, te vroege selectie door het
bestaande examensysteem, een tekort aan en verouderde
leermiddelen en slechte schoolfaciliteiten. Uit het debat in
DNA bleek dat het huidige LBGO- schooltype zo’n beetje de
blindedarm van het onderwijs is geworden.
Het biedt te weinig perspectief voor jongeren en evaluatie
heeft uitgewezen dat je dit schooltype liever op den duur en
geleidelijk kunt integreren in de aanstaande 11-jarige
basisvorming .Velen zijn sarcastisch over de aanpak die het
Minov volgt. Toch denken wij dat de Minov -minister alle
steun nodig heeft uit de maatschappij en het onderwijsveld.
Is het wel of geen goed idee zo drastisch in te grijpen om
een 11-jarige basisschool van de grond te tillen waar
kinderen tussen 4 en 15 jaar, 11 jaar lang aaneengesloten
bij elkaar zitten. Dat is nog wel een goed idee vindt de één
en de ander weer niet, maar is er nu maatschappelijk en
politiek wel of geen draagvlak voor? Die discussie is
achterhaald want de beslissingen zijn kennelijk reeds in het
vorig kabinet (2004) genomen.
De vernieuwingen die op komst zijn in ons funderend onderwijs,
hebben te maken met vergaande onderwijsinhoudelijke
vernieuwingen gekoppeld aan structuurhervormingen in ons
onderwijsbestel. Suriname is toe aan de aanpassingen van
haar funderend onderwijs en voor de doelgroep 4- tot
15-jarigen. Wij zijn dit verplicht aan onze jonge kinderen
die het later voor het zeggen zullen hebben. In de nieuwe
opzet van de 11-jarige basisvorming moet iemand zich
expliciet bezighouden met het opsporen van hoogbegaafdheid.
De neiging bestaat dat wij alleen oog hebben voor de
zittenblijvers en de schooluitvallers, weliswaar qua aantal
nog veel te veel. Op onze middelbare scholen moeten
getalenteerde leerlingen actief worden aangespoord om op te
stomen. Betere verbindingen zijn nodig tussen theorie en
praktijk. Een stagewet moet werkgevers en werknemers
dwingender aanzetten praktijkervaring voor leerlingen te
regelen. Nu kunnen veel leerlingen geen stageplaats vinden,
waardoor ze kansen missen.
De basisscholen moeten met bonussen gestimuleerd worden
hun leerlingenbestand te mengen en onze basisscholen krijgen
naast een klein aantal verplichte vakken (taal, rekenen,
geschiedenis, engels, burgerschapkunde, computeronderwijs,
natuurkennis, techniek, wereldoriëntatie) ruimte en geld om
een eigen aanbod te creëren voor bijvoorbeeld religie,
cultuur of sport. Zo past de basisvorming beter binnen onze
multiculturele, meertalige en multireligieuze samenleving.
Opeenvolgende ministers van Onderwijs en Volksontwikkeling
hebben zaken laten liggen. Nu is juist deze minister bezig
met belangrijke zaken op te pakken. De kritiek op deze
minister staat in schril contrast met het ambitieniveau van
zijn onderwijsbeleidsagenda voor de toekomst. We moeten eens
wat meer op papier gaan zetten om scholen en kinderen weer
perspectief te bieden.
We moeten ingaan op de centrale problemen van nu: dat zoveel
talent in jongeren verborgen blijft, de gebrekkige sociale
cohesie en de vele schooluitvallers op de scholen. Teveel
jongeren verlaten het onderwijs zonder de broodnodige
startkwalificatie. En bij ons is de relatie onderwijs –
arbeidsmarkt zoek. Daar moeten wij met zijn allen aan gaan
zitten werken. Een maatschappelijke discussie op dit
ogenblik is noodzakelijk. De overheid moet geld, capaciteit
en deskundigheid vrijmaken voor onderwijsbeleid en
voorzieningen. De maatschappelijke discussie over
veranderingen in ons onderwijssysteem is fundamenteel,
uiteindelijk raakt het de kern van onze ontwikkeling: het
menselijk kapitaal van de toekomst klaarstomen voor de
Republiek Suriname.
Banner pagina
Bij overname Bron vermelding verplicht
/ Dagblad Suriname.
Om deze website te bekijken heeft u
Macromedia Flash player
7.0 of hoger nodig.
Indien uw browser geen scripting support, gelieve de
Java
software te downloaden.