|
Bijgewerkt op: 08/01/08,
Het
voetbalbeleid moet beter op spoor
Paramaribo - De opkomst van internet heeft de
werkelijkheid voor mediabedrijven, journalisten en burgers
ingrijpend veranderd. Kijkcijfers (tv) en oplagecijfers van
journalistieke programma's en betaalde kranten staan onder
druk. Binnen een paar jaar zijn de 'grote' media hun
collectief alleenrecht op het onthullen van nieuws
kwijtgeraakt. Dankzij internet is het nieuwsaanbod
verduizendvoudigd en tegelijk een bron van raadpleging
geworden voor vele journalisten.
Dankzij sites als Uitzendinggemist.nl bepalen we zelf wanneer
we naar een televisieprogramma willen kijken. Via
bijvoorbeeld de sites als Google News en Nu.nl komt het
laatste nieuws op elk moment van de dag tot ons. Wachten op
het moment dat de krant wordt gekocht of op zoek gaan naar
de krant, is er voor grote groepen goed opgeleide twintigers
en dertigers daarom niet meer bij. En dankzij de weblogs
hebben we toegang tot veel meer zeer uiteenlopende opinies
dan een opinieweekblad of opiniepagina ooit kan bieden. De
gevolgen van deze veranderingen van het medialandschap zijn
waarschijnlijk het duidelijkst zichtbaar in de Verenigde
Staten. In de VS brak internet als eerste door als medium
voor de massa. Het streven naar objectiviteit heeft daar de
laatste jaren in rap tempo terrein verloren aan
infotainment-kanalen waar opinie als nieuws wordt
aangeboden.
Dit biedt burgers de mogelijkheid om alleen de opinies tot
zich te nemen die ze welgevallig zijn. De ene groep leeft op
een dieet van Rush Limbaugh, Ann Coulter, Bill O'Reilly en
Michelle Malkin, terwijl een ander deel van de Amerikaanse
natie zich laaft aan het 'nieuws' van mensen als Jon
Stewart, Stephen Colbert, Al Franken en een site als Crooks
and Liars. Tegenwoordig bewonen verschillende groepen in de
VS aparte waarheden vrijwel zonder raakvak.
De machtigste
democratie op aarde beleeft langs elektronische weg een
scheiding van informatieverkeer die elementen van verzuiling
in zich draagt. Wat voor gevolgen heeft de erosie van de
traditionele media voor de democratie? Hoewel volgens ons
"goede journalistiek iets te maken [heeft] met democratie"
zal de politieke participatie bloeien. Bij de
Congres-verkiezingen van november 2006 gebruikte eenderde
van alle Amerikanen internet als middel om campagnenieuws te
verzamelen en uit te wisselen. Bijna een kwart van de
Amerikanen nam deel aan online- discussies over politiek,
zamelde geld in voor kandidaten of thema's en organiseerde
bijeenkomsten via internet.
Ook hebben burgers dankzij internet meer mogelijkheden om
media terecht te wijzen. In de Verenigde Staten hebben
bloggende burgers CBS News, The New York Times en andere
eens gerespecteerde media tot pijnlijke bekentenissen
gedwongen. Misschien waren de motieven van die bloggers
politiek, verschillende door die media gerapporteerde
onthullingen waren niettemin van dien aard dat rectificatie
geboden was. Wat rest is de vraag hoe journalisten zich
moeten aanpassen aan de nieuwe tijden? Want dat de 'oude
media' moeten veranderen, staat voor ons vast.
Om te beginnen moeten journalisten transparanter gaan werken.
Dat betekent: laten zien hoe je te werk gaat en wat je
grondstoffen zijn. Daarnaast zullen journalisten veel meer
informatiebemiddelaars worden dan stadsomroepers die weten
hoe alles zit. Niet op de hurken gaan zitten en een
kinderkrant schrijven, ook niet doen alsof iedere burger
voortaan journalist is, maar wel de kennis die lezers
aandragen serieus nemen. Journalisten zullen meer van hun
bestaansrecht moeten verdienen als dienstverleners die
helpen orde in de chaos te scheppen. Maar zij zullen dat
doen in een geïntensiveerde samenspraak met wat vroeger 'de
lezer' en 'de kijker' werd genoemd, dus op internet. Weer
vinden anderen dat ‘’online- discussies” snel uit de hand
lopen en voor nuance is op internet nauwelijks plaats. Je
komt al snel in een molen van emoties.
Het achterliggende probleem is dat internet nauwelijks
gevoelswaarde heeft in tegenstelling tot de meeste
massamedia. Mensen voelen een zekere verbondenheid met een
tv-programma of een krant. Dat is ook de taak van
professionele mediamakers: het creëren van gevoelswaarde. Je
kunt niet zomaar de koppen van Dagblad Suriname vervangen
door die van bijvoorbeeld de Ware Tijd of De West. De
maatstaven die gelden voor 'gewone' media mag je echter niet
zomaar toepassen op internetmedia. De verbondenheid die
mensen met een krant hebben, is onvergelijkbaar met de
manier waarop internetgebruikers naar een site kijken. Maar
uiteindelijk doet de redactie van een willekeurige site
precies hetzelfde als een gewone redactie.
Ze stelt zich vragen als: vinden mensen dit interessant?
Is dit belangrijk? De fout die veel mensen maken, is dat ze
zeggen dat op de verschillende sites democratisch nieuws is
te vinden. Democratisch nieuws bestaat niet. En als het wel
zou bestaan, moesten we het meteen afschaffen. Amateurs zijn
leuk, maar de professional wint het altijd. Journalisten
moeten zich niet voortdurend bang laten maken dat hun tijd
gekomen is. Het probleem van internet is voorlopig dat er
voor journalisten nauwelijks geld mee valt te verdienen.
Internet betaalt niet voldoende. En journalistiek is duur.
Voor iets bijzonders is er al snel geen geld meer.
|