|
Bijgewerkt op: 05/01/08,
Amerika kiest
dit jaar de nieuwe president
Paramaribo - Wie wint in Amerika de verkiezingen
op 4 november 2008? Geen idee! En gelukkig maar. Anders is
het niet spannend meer. Er is een andere voorspelling die we
wél aandurven: de verkiezingen leveren een klinkende
overwinning op voor de onofficiële nieuwsmedia. De
roddelsites dus. De flodderige praatshows waar het om
vermaak gaat en niet om informatie. En vergeet ook niet de
radicale – meestal heel rechtse – radiotalkshows. En louche
actiegroepen met slimme mediacontacten. Meer dan ooit
krijgen kiezers karrenvrachten ongecontroleerde informatie
over zich uitgestort.
De Democratische senator Barack Obama en de Republikeinse
ex-gouverneur Mike Huckabee wonnen donderdagnacht in Iowa de
eerste voorverkiezingen voor de Amerikaanse
presidentsverkiezingen. Favoriet Mw. Senator H. Clinton
moest het doen met een derde plaats met slechts 29 % van de
stemmen. Volgende week dinsdag worden voorverkiezingen
gehouden in de staat New Hampshire. De eerste maandag in
november van het vierde jaar sinds de vorige
presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten. Zo luidt de
juridische omschrijving van de verkiezingsdag. Dat betekent
werk aan de winkel, niet alleen voor de kandidaten voor het
presidentschap en hun meelopers, maar ook voor allerlei
kandidaten op lager niveau.
En voor de stemgerechtigde Amerikanen, die in het
stemhokje nog een flinke klus hebben te verzetten. Want er
is veel meer aan de hand dan even een kruisje zetten. Zelfs
de Amerikanen raken in het ingewikkelde systeem af en toe
het spoor bijster. Je zou het niet zeggen, als je de
kandidaten op de televisie rechtstreeks op elkaar in ziet
hakken, maar de verkiezing van president en vicepresident
zijn de enige in de VS die volgens de wet indirect
plaatsvinden. Dat wil zeggen: de stemmers kiezen een 538
leden tellende kiescollege en dit kiescollege kiest met
minimaal 270 (de helft plus 1) stemmen de president en de
bijbehorende vicepresident. Dat gebeurt pas op 6 januari, en
nog wel schriftelijk, dus strikt formeel gezien laat de
uitslag nog zo'n twee maanden op zich wachten.
De praktijk is echter dat de kiesmannen van tevoren bekend
maken op wie ze stemmen - en doorgaans houden ze zich daar
ook aan. Het Hooggerechtshof heeft overigens eens bepaald
dat zo'n kiesman (het mogen ook vrouwen zijn) niet gedwongen
kan worden zich aan zijn belofte te houden. Hoewel een
enkeling inderdaad tussen november en januari 'om ging',
heeft dat nooit tot verandering in de totale uitslag geleid.
Maar het zou kunnen gebeuren dat de winnaar tussen november
en januari een geweldige misstap begaat of dat hij psychisch
in de war raakt. Het is niet duidelijk wat er dan gebeurt.
Het aantal kiesmannen per staat is gelijk aan het aantal
zetels in de Senaat (altijd twee) opgeteld bij het aantal
zetels in het Huis van Afgevaardigden (afhankelijk van het
aantal inwoners).
Het aantal varieert van 3 in de kleinste staat, Wyoming, tot
54 in de grootste, Californië. Washington D.C. is als
federale hoofdstad geen staat, maar heeft toch drie
kiesmannen te vergeven. De Verenigde Staten vormen geen
parlementaire democratie in de zin dat het parlement na het
stellen van de vertrouwenskwestie de regeringsleider naar
huis kan sturen. Alleen in extreme gevallen kan de president
via een zogeheten impeachment-procedure naar huis worden
gestuurd. Verder moeten president en Congres (de
volksvertegenwoordiging) maar zien dat ze er met elkaar
uitkomen, wat lang niet altijd lukt en wat af en toe tot
verlammingsverschijnselen in het bestuur van de natie leidt.
Alle wetgevende macht is ondergebracht bij het Congres, dat
uit twee kamers bestaat: de Senaat, waarin de vijftig staten
van de federatie elk met twee zetels zijn vertegenwoordigd,
en het Huis van Afgevaardigden, waarin de gekozen
vertegenwoordigers van de 435 districten in het land zitten.
De eigenaardigheid van het Amerikaanse systeem is dat het
aantal kiesmannen per staat niet evenredig over de
kandidaten wordt verdeeld, maar dat de winnaar ze allemaal
krijgt (met uitzondering van de staten Maine en Nebraska).
Dit systeem maakt het ook mogelijk dat iemand de meeste
kiesmannen behaalt en dus president wordt, terwijl de
tegenkandidaat over de hele VS gezien meer stemmen heeft
vergaard. Zoiets is in 1888 gebeurd, toen de Republikein
Benjamin Harrison won met minder stemmen en 55 kiesmannen
meer dan tegenstander Grover Cleveland. In 1976 zou een
verschuiving van bij elkaar nog geen 19.000 stemmen in de
staten Ohio en Hawaii hebben geleid tot een overwinning voor
de Republikein Gerald Ford, terwijl de Democraat Jimmy
Carter daar 1,4 miljoen stemmen meer had gekregen. Als het
college van kiesmannen er niet in slaagt 270 leden achter
een kandidaat te krijgen, kiest het Huis van Afgevaardigden
de nieuwe president.
Dat is slechts drie keer voorgekomen, in 1800, 1824 en 1876.
Komt het Huis er niet tijdig uit, dan neemt de speaker
(voorzitter) van het Huis de presidentiële bevoegdheden
tijdelijk waar en buigt de Senaat zich over de kwestie. Door
bijvoorbeeld de deelname van een sterke onafhankelijke
kandidaat is er een minieme kans op herhaling zoals Ross
Perot in het verleden in één of meerdere staten een
meerderheid behaalde en Bill Clinton en George Bush met een
ongeveer gelijk aantal kiesmannen eindigen, heeft niemand
een absolute meerderheid. Het Huis moet zich dan over de
zaak buigen, waarbij alleen de drie hoogst geëindigde
kandidaten in beschouwing mogen worden genomen. Dit jaar
belooft een spannend jaar te worden voor de VS. Wij blijven
de ontwikkelingen voor u volgen.
|