Paramaribo - Bij gebrek aan een institutionele
visie op de verschillende beleidsvelden als geheel en
daaraan te ontlenen kwaliteitsconcepten en
beoordelingsmaatstaven, is de ambitie van de verschillende
ministeries ‘het beste regeerteam van de afgelopen 30 jaar’
een loze frase. Noch het veld, noch de burgers, noch
ontwikkelingspartners en de jeugd in alle fasen van het
regeringsbeleid, noch bedrijfsleven, werkgevers, vakbonden,
jeugdzorg of armoedebestrijders, zitten op een beauty
contest onder het regeringsgebouw kaasstolp te wachten. Op
zijn best levert dat een benchmark op
van bureaucratie, geen herinrichting van bestuurlijke en
maatschappelijke verhoudingen in relatie tot de problemen
die ertoe doen.
De huidige regering zit deze maand een kleine 30 maanden aan
het regeringsroer.
Vele mooie plannen zijn in uitvoering, maar missen de
zichtbare resultaten die de burgers zo graag willen zien.
Waaraan het precies ligt, weten weinig burgers. Wij willen
heel veel nieuwe zaken realiseren met een overheid die alle
gebreken heeft van de befaamde volkswagen van de jaren ’60.
Het stadsbeeld van Suriname wordt onderhouden met mooie
auto’s met heel high technology. Alleen onze overheid blijft
met haar ambtenarenapparaat en structuren achter op de vele
ontwikkelen die in de andere sectoren wel makkelijk
plaatsvinden.
De zaken die burgers, professionele instellingen,
bedrijfsleven en journalistiek doorgaans ervaren als
‘bureaucratie’ zijn echter precies die dingen die in het
beleids- en managementjargon worden aangeduid als
‘instrumenten’. ‘sturing’, ‘good governance’,
‘kwaliteitscontrole’, ‘monitoring’ en ‘benchmarking’,
‘responsiviteit’ en ‘marktwerking,’ zijn fenomenen die de
afgelopen tien jaar als een ware nieuwe golf van buiten op
ons het openbaar bestuur zijn aangespoeld en hebben op vele
plaatsen in ons ambtelijke apparaat heilzaam werk verricht,
maar ook zware discussies opgeworpen. Maar het zijn ook
dezelfde bewegingen die op talloze terreinen geleid hebben
tot frustratie over de uitholling van professionaliteit, tot
betutteling, tot een als ‘papierkrieg’ ervaren management en
control cyclus en tot de beleving van een sterke aanwas van
administratieve lasten en bureauwerk dat operationele
dienstverlening in de weg zit.
Bestuurs- en beleidsinstrumenten – hoe verder ook
precies gedefinieerd – zijn de transactiekosten van de
moderne samenleving en het moderne bestuur. Op vele plaatsen
heeft het ‘instrument’ de plaats ingenomen van de inhoud. De
aandacht voor probleemverwerking en probleemoplossing is
verdrongen door een dominante oriëntatie op de toepassing
van het (nieuw ingevoerde of in te voeren) instrument, dat
wil dus zeggen op ‘het proces’. Men hoort onder
overheidsmanagers wel beweren dat het primair zaak is ‘de
bedrijfsvoering op orde te hebben’. Een goede
bedrijfsvoering in de breedste zin van het woord is
belangrijk – als instrument – maar een afgeleide van andere
zaken. Het dient geen doel op zich te worden.
Dan wordt het bureaucratie in de slechtste zin van het woord:
bureaucratisme. In de meest letterlijke zin van het woord
ook: de eerste wet van de bureaucratie, ‘the Iron Law of
Oligarchy’ (1997) genoemd. Deze wet stelt dat bij een
gebrekkige (democratische) bestuurlijke organisatie degenen
die zijn gespecialiseerd in de organisatie en het
administratieve proces (lees: de bedrijfsvoering)
onvermijdelijk de macht in handen krijgen en voor eigen
belangen gaan aanwenden. De organisatie wordt dan doel op
zich. De administratieve bureaus (Technische Dienst, HRM,
Financiële Zaken, Administratieve Diensten, Bedrijfsvoering,
etc., of hoe zij verder ook mogen heten) nemen het
politiek-bestuurlijke proces over. De behoeften en belangen
van de organisatie – niet de maatschappij of het politieke
leiderschap – komen dan centraal te staan. Binnen de kortste
keren is het ambtelijk apparaat voornamelijk met zichzelf
bezig, hetgeen bij onze overheid ook een gegeven is.
Vermindering van administratieve lasten, bureaucratie,
stroperige besluitvorming, gebrek aan vernieuwing,
bestuurlijke inertie en gebrek aan coördinatie zijn altijd
weer terug te voeren op een kwestie van institutionele
(markt)ordening, organisatie, de ontwikkeling van
maatschappelijke institutionele samenhang, kortom van
‘structuurpolitiek’. Pleidooien voor ‘cultuurverandering’ en
de inzet van nieuwe – meestal in het bedrijfsleven al
weer afgedankte – managementinstrumenten, leiden tot het
bekende ‘na-apersymptoom’. De ‘medewerkertevredenheid’ en de
‘departementale medewerker van de week’ dan wel de bekroning
tot de ‘eens-maar-niet-meer-fouten-makende-ambtenaar-van
het-jaar’ worden de maat der dingen in het realiseren van
een ‘Sprong’ in de ‘Kwaliteitsslag’naar een ‘Nieuw (zich
Apollo wanend) ministerie’.
De volgende stap is dat ambtenaren een burgerbuddy moeten gaan
adopteren omdat de politiek als bestuurlijke partner niet
meer serieus wordt genomen, dan wel dat de politiek het (de)
ministerie(s) niet meer serieus neemt. De inzet om de omvang
van het ministerie te halveren wordt niet gebracht als een
stap op weg naar herpositionering en autonomievergroting van
het veld, maar wordt een doel – of juist een instrument? –
op zichzelf, dat zonder een bezinning op de – structurele –
taakontwikkeling en plaatsbepaling in het onderwijsveld bij
voorbaat blijft steken in een staaltje niet realiseerbare,
verbale ambtelijke krachtpatserij. Velen in het veld
koesteren dan aanvankelijk nog hoop op een doorbraak, maar
dit draagt op zichzelf alleen maar bij tot het verlies van
geloofwaardigheid van het ministerie. De continuïteit van
het beleid en van de departementale organisatie komt in
gevaar. Men kijkt er vaak de minister op aan, maar op dat
moment heeft de (top)ambtenarij gefaald. De ambtenarij wordt
te vaak beschermd voor wanprestaties die zij levert. Vele
ministers durven niet mensen verantwoordelijk te stellen
voor hun wandaden. Veel ministers zullen daarom over nog
eens 30 maanden grondig worden geëvalueerd of zij iets
wezenlijks hebben neergezet.
Banner pagina
Bij overname Bron vermelding verplicht
/ Dagblad Suriname.
Om deze website te bekijken heeft u
Macromedia Flash player
7.0 of hoger nodig.
Indien uw browser geen scripting support, gelieve de
Java
software te downloaden.