Slogan

Dagblad Suriname - waar de krant lezen nog leuk is!                  Suriname's populairste krant.    Nu: 86 gebruiker(s) online

Banner pagina


navigatiebar

 Laatste nieuws | Sport | Vrije Tribune | Starbuzz | Fawaka | Hotcard |  Foto's  Risaalah  Sandesa



 
Banner pagina



 

 

 

 

Nieuws Tools Vertel een vriend Print bericht

Bijgewerkt op: 29/02/08,

Institutionele herinrichting van ons beleid?     

Paramaribo - Bij gebrek aan een institutionele visie op de verschillende beleidsvelden als geheel en daaraan te ontlenen kwaliteitsconcepten en beoordelingsmaatstaven, is de ambitie van de verschillende ministeries ‘het beste regeerteam van de afgelopen 30 jaar’ een loze frase. Noch het veld, noch de burgers, noch ontwikkelingspartners en de jeugd in alle fasen van het regeringsbeleid, noch bedrijfsleven, werkgevers, vakbonden, jeugdzorg of armoedebestrijders, zitten op een beauty contest onder het regeringsgebouw kaasstolp te wachten. Op zijn best levert dat een benchmark op
van bureaucratie, geen herinrichting van bestuurlijke en maatschappelijke verhoudingen in relatie tot de problemen die ertoe doen.
De huidige regering zit deze maand een kleine 30 maanden aan het regeringsroer.

 Vele mooie plannen zijn in uitvoering, maar missen de zichtbare resultaten die de burgers zo graag willen zien. Waaraan het precies ligt, weten weinig burgers. Wij willen heel veel nieuwe zaken realiseren met een overheid die alle gebreken heeft van de befaamde volkswagen van de jaren ’60. Het stadsbeeld van Suriname wordt onderhouden met mooie auto’s met heel high technology. Alleen onze overheid blijft met haar ambtenarenapparaat en structuren achter op de vele ontwikkelen die in de andere sectoren wel makkelijk plaatsvinden.

De zaken die burgers, professionele instellingen, bedrijfsleven en journalistiek doorgaans ervaren als ‘bureaucratie’ zijn echter precies die dingen die in het beleids- en managementjargon worden aangeduid als ‘instrumenten’. ‘sturing’, ‘good governance’, ‘kwaliteitscontrole’, ‘monitoring’ en ‘benchmarking’, ‘responsiviteit’ en ‘marktwerking,’ zijn fenomenen die de afgelopen tien jaar als een ware nieuwe golf van buiten op ons het openbaar bestuur zijn aangespoeld en hebben op vele plaatsen in ons ambtelijke apparaat heilzaam werk verricht, maar ook zware discussies opgeworpen. Maar het zijn ook dezelfde bewegingen die op talloze terreinen geleid hebben tot frustratie over de uitholling van professionaliteit, tot betutteling, tot een als ‘papierkrieg’ ervaren management en control cyclus en tot de beleving van een sterke aanwas van administratieve lasten en bureauwerk dat operationele dienstverlening in de weg zit.

 Bestuurs- en beleidsinstrumenten – hoe verder ook precies gedefinieerd – zijn de transactiekosten van de moderne samenleving en het moderne bestuur. Op vele plaatsen heeft het ‘instrument’ de plaats ingenomen van de inhoud. De aandacht voor probleemverwerking en probleemoplossing is verdrongen door een dominante oriëntatie op de toepassing van het (nieuw ingevoerde of in te voeren) instrument, dat wil dus zeggen op ‘het proces’. Men hoort onder overheidsmanagers wel beweren dat het primair zaak is ‘de bedrijfsvoering op orde te hebben’. Een goede bedrijfsvoering in de breedste zin van het woord is belangrijk – als instrument – maar een afgeleide van andere zaken. Het dient geen doel op zich te worden.

Dan wordt het bureaucratie in de slechtste zin van het woord: bureaucratisme. In de meest letterlijke zin van het woord ook: de eerste wet van de bureaucratie, ‘the Iron Law of Oligarchy’ (1997) genoemd. Deze wet stelt dat bij een gebrekkige (democratische) bestuurlijke organisatie degenen die zijn gespecialiseerd in de organisatie en het administratieve proces (lees: de bedrijfsvoering) onvermijdelijk de macht in handen krijgen en voor eigen belangen gaan aanwenden. De organisatie wordt dan doel op zich. De administratieve bureaus (Technische Dienst, HRM, Financiële Zaken, Administratieve Diensten, Bedrijfsvoering, etc., of hoe zij verder ook mogen heten) nemen het politiek-bestuurlijke proces over. De behoeften en belangen van de organisatie – niet de maatschappij of het politieke leiderschap – komen dan centraal te staan. Binnen de kortste keren is het ambtelijk apparaat voornamelijk met zichzelf bezig, hetgeen bij onze overheid ook een gegeven is.

Vermindering van administratieve lasten, bureaucratie, stroperige besluitvorming, gebrek aan vernieuwing, bestuurlijke inertie en gebrek aan coördinatie zijn altijd weer terug te voeren op een kwestie van institutionele (markt)ordening, organisatie, de ontwikkeling van maatschappelijke institutionele samenhang, kortom van ‘structuurpolitiek’. Pleidooien voor ‘cultuurverandering’ en de inzet van nieuwe – meestal in het bedrijfsleven al
weer afgedankte – managementinstrumenten, leiden tot het bekende ‘na-apersymptoom’. De ‘medewerkertevredenheid’ en de ‘departementale medewerker van de week’ dan wel de bekroning tot de ‘eens-maar-niet-meer-fouten-makende-ambtenaar-van het-jaar’ worden de maat der dingen in het realiseren van een ‘Sprong’ in de ‘Kwaliteitsslag’naar een ‘Nieuw (zich Apollo wanend) ministerie’.

De volgende stap is dat ambtenaren een burgerbuddy moeten gaan adopteren omdat de politiek als bestuurlijke partner niet meer serieus wordt genomen, dan wel dat de politiek het (de) ministerie(s) niet meer serieus neemt. De inzet om de omvang van het ministerie te halveren wordt niet gebracht als een stap op weg naar herpositionering en autonomievergroting van het veld, maar wordt een doel – of juist een instrument? – op zichzelf, dat zonder een bezinning op de – structurele – taakontwikkeling en plaatsbepaling in het onderwijsveld bij voorbaat blijft steken in een staaltje niet realiseerbare, verbale ambtelijke krachtpatserij. Velen in het veld koesteren dan aanvankelijk nog hoop op een doorbraak, maar dit draagt op zichzelf alleen maar bij tot het verlies van geloofwaardigheid van het ministerie. De continuïteit van het beleid en van de departementale organisatie komt in gevaar. Men kijkt er vaak de minister op aan, maar op dat moment heeft de (top)ambtenarij gefaald. De ambtenarij wordt te vaak beschermd voor wanprestaties die zij levert. Vele ministers durven niet mensen verantwoordelijk te stellen voor hun wandaden. Veel ministers zullen daarom over nog eens 30 maanden grondig worden geëvalueerd of zij iets wezenlijks hebben neergezet.








 

Banner pagina

Bij overname Bron vermelding verplicht / Dagblad Suriname.

Om deze website te bekijken heeft u Macromedia Flash player 7.0 of hoger nodig.
Indien uw browser geen scripting support, gelieve de Java software te downloaden.

sub navigatie
Meer Rubrieken




Happy Birthday to you ....
Dankbetuigingen en overlijdensberichten
Adverteren binnen DBS!
Colofon

Bekijk ons nieuwsarchief!

Download wallpapers

Verfris jouw desktop!

 

Banner pagina

 

 

 

 

bottom navigatiebar

 Privacy verklaring | Colofon | Adverteren | Vertel een vriend | Maak ons uw Startpagina!