|
Banner pagina
Lees uw horoscoop online. [Meer]
|
Bijgewerkt op: 16/02/08,
De baas van de
president
Paramaribo - In zijn series over de Tweede
Wereldoorlog getiteld “Their Finest Hour” zegt Winston
Churchill dat in ieder hiërarchisch veld waar acties
ondernomen worden, er geen vergelijking mogelijk is tussen
de posities van de nummer één en die van de nummer twee,
drie of vier in die hiërarchie. Zo zijn de plichten en
problemen van alle personen binnen die hiërarchie nogal
verschillend van elkaar. Als bijvoorbeeld de nummer twee (
of drie of vier) belangrijke initiatieven neemt, dient hij
rekening te houden met de denkwijze van degene(n) boven hem
, terwijl hij ook moet nagaan of het wel passend voor hem is
om dergelijke initiatieven te ontplooien.
Met uitzondering van de nummer één positie, is er geen
ontkomen aan dat een ieder binnen een overheid altijd een
hiërarchie van bazen boven zich heeft. Een minister zal
constant rekening moeten houden met zijn krediet bij de
president, een directeur met zijn krediet bij de minister,
de onderdirecteur bij zijn directeur en zo verder.
Heeft de president, de nummer één in ons land, een baas
boven zich en wie zou die zijn? Enkele weken geleden heeft
de president zelf een antwoord gegeven. Op vragen van de
pers of het presidentschap van het land en het
voorzitterschap van een politieke partij wel met elkaar te
verenigen zijn, schijnt de president geantwoord te hebben
“dat hij juist daarmee wil voorkòmen een speelbal te worden
van één of andere partijvoorzitter”. Als dit het antwoord
van de president is geweest, dan is het in wezen een
erkenning dat boven het instituut van het presidentschap in
Suriname een syndicaat bestaat van voorzitters van de
coalitiepartijen, dat de echte baas is in het land. Volgens
de president behoedt het lidmaatschap van dit syndicaat hem
ervan een speelbal, dat wil zeggen, een willoos, weerloos
slachtoffer te worden van de andere syndicaatsleden.
Het antwoord van de president is noch onthullend noch
onthutsend, want al enkele jaren bepaalt in Suriname het
syndicaat van voorzitters van de coalitiepartijen wat in het
land gebeurt, waaronder het “terugfluiten” van de president.
Alle beslissingen inzake het openbaar bestuur in Suriname
worden eveneens genomen door dit syndicaat, waarvan de leden
zelf de krijtlijnen hebben getrokken waarbinnen zij macht en
invloed kunnen en mogen uitoefenen, namelijk, alleen binnen
de eigen keuken.
Als contrast is het goed te kijken hoe bij gelijke situaties
in het buitenland de nummer één omgaat met zijn positie. Van
1999 tot 2004 was Atal Bihari Vajpayee, premier van India,
die leiding gaf aan een coalitie van 21(éénentwintig)
partijen. Premier Vajpayee was zelf geen voorzitter van één
der partijen, maar heeft zich nimmer laten behandelen als
een speelbal van de 21 partijvoorzitters. Tijdens zijn
premierschap veranderde hij ruim vijf keer zijn kabinet,
waarbij zwak presterende ministers gewoon werden vervangen.
Zelfs de voorzitter van de belangrijke Trinamool Congres
Partij, Kumari Mamata Banerjee, werd in maart 2001 als
minister van het belangrijke ministerie van Spoorwegen
resoluut eruit gezet. Ook nu heeft India een
coalitieregering van 14 (veertien) partijen onder leiding
van een premier, die zelf geen voorzitter is van één van die
partijen, maar zich geen speelbal voelt en zich ook niet zo
laat behandelen.
Het speelbalelement is niet van nature verbonden aan de
positie van de leider van een coalitieregering, het is een
eigen visie en eigen keuze van de nummer één.
|