|
Banner pagina
Lees uw horoscoop online. [Meer]
|
Bijgewerkt op: 22/04/08,
Klimaatbeleid nationaal en mondiaal van belang
Paramaribo - Het mondiale klimaatbeleid is op gang
gekomen in de jaren ‘90 nadat, op initiatief van de WMO en
de UNEP -de milieupoot van de VN-, het IPCC, periodiek begon
te rapporteren over de wetenschappelijke inzichten in
klimaatverandering.
Deze rapportages, de Assessment Reports (1990/1992, 1996,
2001) hebben, mede aanleiding gegeven tot achtereenvolgens
de oprichting van het klimaatverdrag van de VN (UNFCCC), de
totstandkoming van het Kyoto-protocol en de ratificaties van
dat protocol door de verschillende lidstaten. In 1992 is in
Rio de Janeiro het klimaatverdrag van de Verenigde Naties
gesloten. Dit klimaatverdrag heeft als doel de concentraties
van broeikasgassen in de atmosfeer te stabiliseren op een
niveau waarbij ‘een gevaarlijke menselijke beïnvloeding van
het klimaat wordt vermeden’. Dit betekent dat op termijn -
in 2100 - de mondiale emissies van broeikasgassen met circa
40- 50 % moeten dalen ten opzichte van 1990. In 1997 is het
klimaatverdrag uitgebreid met het Kyoto-protocol. Hierin
zijn afspraken gemaakt over de reductie van de emissies van
broeikasgassen. De lijn tussen wetenschap en beleid is in
geval van klimaatverandering uitzonderlijk direct. Dat wil
niet zeggen dat de beleidsmakers aan de wetenschappers
vragen wat ze moeten doen.
Op basis van de klimaatwetenschap maakt de politiek een
inschatting van de maatschappelijke risico's van
klimaatverandering. Op basis van die inschatting en andere
zwaarwegende aspecten (kosten, belangen etc.) wordt beleid
ontwikkeld. Het IPCC rapporteert met name over wereldwijde
aspecten van klimaatverandering. De meteorologische dienst
dient de Surinaamse overheid te adviseren op basis van de
IPCC-rapporten en eigen onderzoek. Daarnaast dient veel
aandacht besteed te worden aan het voorlichten van de
Surinaamse samenleving en specifieke adviezen voor
specialistische doelgroepen (b.v. ten behoeve van het
waterbeheer). De menselijke invloed op het klimaat in de
tweede helft van de 20e eeuw is aangetoond. De effecten van
klimaatverandering en als gevolg daarvan de stijging van het
zeeniveau, tonen een zeer bedreigend beeld voor Suriname.
Laten wij een aantal conclusies op een rij zetten. In de
komende eeuw wordt een forse toename van de concentraties
broeikasgassen verwacht. Hierdoor zal de aarde verder
opwarmen.
Volgens de huidige inzichten leidt dat zonder mitigerende
maatregelen tot een wereldgemiddelde temperatuurstijging van
1,4 tot 5,8°C in 2100. De effecten van de klimaatverandering
worden inmiddels op grote schaal waargenomen. Weerpatronen
veranderen, de zeespiegel stijgt, gletsjers en ijskappen
worden kleiner en woongebieden van planten en dieren
verschuiven. Deze effecten worden in de toekomst sterker. In
Suriname wijzigen neerslagpatronen en temperatuur, leidend
tot grotere kansen op zowel wateroverlast als aanhoudend
droge perioden. Om deze effecten beheersbaar te houden mag
de wereldwijde temperatuurstijging niet meer dan 2°C
bedragen in de komende eeuw. Dit vereist emissiereducties
van 60-80% in 2100. Een minder strenge doelstelling brengt
onherstelbare schade toe aan de menselijke leefomgeving op
vele plekken op de aarde. De maatregelen om de emissie van
broeikasgassen te beperken (mitigatiebeleid) hebben niet
meteen effect.
Ze kunnen niet voorkomen dat de huidige trends in
klimaatverandering de komende eeuw toch zullen doorzetten.
In het Kyoto-protocol is een eerste start gemaakt met
emissiereductie met als doelstelling -5,2% gemiddeld voor
alle geïndustrialiseerde landen. Voor de EU en NL is dit
respectievelijk -8 en -6%. Het Kyoto-protocol is nog niet
van kracht, doordat een aantal belangrijke landen (nog) niet
heeft geratificeerd. De onderhandelingen voor
reductiedoelstellingen na 2012 zijn nog niet begonnen.
Suriname zal de doelen van het Kyoto-protocol makkelijk
halen, maar moet nu actief gaan deelnemen. Suriname is
absoluut geen vervuiler, maar zal maatregelen nu moeten
nemen om komende generaties te beschermen. Nederland is
bijvoorbeeld haar verplichtingen vrijwel nagekomen. Het
verwachte succes van het Nederlandse beleid is te danken aan
een forse reductie van niet-CO2-broeikasgassen en inkoop van
buitenlandse emissierechten. De emissies van CO2 zijn echter
met 8 % toegenomen ten opzichte van 1990.
Nederland is er dus nog niet in geslaagd om een structurele
veranderingen in het gebruik van fossiele brandstoffen door
te voeren. Klimaatverandering is een mondiaal probleem, en
het beleid moet om effectief te zijn mondiaal worden opgezet.
Mondiaal mitigatiebeleid is aanmerkelijk goedkoper dan
beleid op een lager schaalniveau en schaadt de
concurrentiepositie niet. Vanwege de tendens tot ‘free
riding’ (d.w.z. dat landen wachten tot anderen het probleem
oplossen) is het noodzakelijk krachtig in te zetten op een
sterke coördinatie van het internationale klimaatbeleid.
Suriname gaat inderdaad moeten nadenken over
beleidsaanpassingen, die problemen rond klimaatverandering
niet kunnen voorkomen, maar wel minimaliseren. Als die
aanpassingen niet vroegtijdig worden gedaan zullen de kosten
daarvoor steeds blijven stijgen. Suriname moet nu naar een
maatschappelijke en een politieke agenda rond
klimaatverandering.
.
|