|
Banner pagina
Lees uw horoscoop online. [Meer]
|
Bijgewerkt op: 11/04/08,
Relatie overheid en leerkrachten
Paramaribo - De maat is vol schreeuwt het
‘Koffertje’ weer eens rond en hij zet weer druk op de
overheid en neemt een hypotheek op de toekomst van onze
jeugd. Er is iets structureels mis met de relatie overheid
en leerkrachten. Wij hebben in deze rubriek vaker in de bres
gesprongen voor het beroep van leraar. Een aantal
achtergronden willen wij u niet achterhouden. Velen stoppen
met dit mooi beroep vanwege de slechte maatschappelijke
waardering. De discussie met het ministerie van Binnenlandse
Zaken is nu heftig omdat niet duidelijk is of men werkelijk
de tijd heeft genomen om een goede functieanalyse en
–beschrijving te maken alvorens te waarderen. Nu lijkt het
alsof men op basis van verouderde functiebeschrijvingen tot
een nieuwe functiewaardering is gekomen en dit zet heel veel
kwaad bloed bij de beroepsgroep.
Onze leerkrachten/docenten verdienen een eerlijke waardering
in centen en maatschappelijke status uitgedrukt. Het is ook
niet slim om de beroepsgroep onderwijsgevenden, docenten en
wetenschappers allemaal op een hoop te smijten en proberen
deze functie te vergelijken met de andere
ambtenarenfuncties. Men vergelijkt appels met peren. Het
klopt dat tegenwoordig steeds meer leraren hun geluk buiten
het lesgeven gaan zoeken. Dit heeft meerdere redenen, zoals
beter betalend dan lesgeven of betere omstandigheden. Steeds
meer leraren kiezen binnen een school voor een niet
lesgevende functie, dit kan ondermeer coördinator,
directielid, lid van het managementteam of mentor zijn. Ook
is veel het geval dat leraren twee functies hebben: ze geven
les in verschillende klassen of vakken en zijn ook nog
mentor van een klas en tevens belast met organisatorische
taken. Op deze manier wordt al een hoop van het tekort
opgelost, maar op deze manier wordt de werkdruk weer hoog.
De werkdruk in het onderwijs is beduidend hoger dan in andere
maatschappelijke sectoren. Deze werkdruk heeft ernstige
gevolgen. In alle drie sectoren (primair, secundair en
tertiair) is er sprake van een hoge mate van emotionele
uitputting (een van de symptomen van burn out), hoger dan
bij de gemiddelde Surinaamse werknemer. Leraren/docenten met
een hoge mate van taakbelasting zijn geneigd om elders een
baan te gaan zoeken en hebben een hoger (werkgerelateerde)
ziekteverzuim. Veel leraren werken hun hele loopbaan bij een
school en beginnen onderaan als een leerkracht die weinig
les geeft en werkt zich in de loop van de tijd steeds meer
omhoog; op deze manier is het vaak zo dat de directeur van
een school vaak ooit les heeft gegeven op de desbetreffende
school of nog sterker dat hij zelf ooit een leerling is
geweest.
Ook komt het steeds vaker voor dat een leraar na een tijd het
les geven op een school heeft gezien en dan gaat hij wat
anders doen, maar komt dan tot de conclusie dat hij wel weer
in het onderwijs iets wil gaan doen en gaat bijles geven of
iets anders wat wel met lesgeven te maken heeft. Het komt
zelden voor dat een leraar helemaal uit het vak verdwijnt.
In de sector onderwijs dragen ook de volgende activiteiten
bij aan taakverzwaring en taakbelasting: surveillance voor
en na lessen en tijdens pauzes; vaak betekent het zelfs een
dag werken zonder pauzes. Dit zou eigenlijk door anderen
gedaan moeten worden. Correctie van huiswerk, toetsen,
scripties etc. Vooral schrijfopdrachten betekenen veel werk,
vernieuwing in het onderwijs betekent meer nakijkwerk door
toename werkstukken en gebrek aan tijd overdag waardoor dit
naar de avond verschuift. En tenslotte het ontwikkelen van
nieuw lesmateriaal.
Zoals u kunt lezen in het bovenstaande hebben leraren veel
te doen, ook na hun werktijden. Dus als iemand zegt: als je
veel vakantie wil moet je leraar worden, weet je eigenlijk
gelijk dat hij uit zijn nek staat te kletsen. Wij lopen in
ons land op korte termijn gevaar door een tekort aan
gekwalificeerde leerkrachten.
Reden van dat snel oplopende tekort is dat de aanmelding van
de lerarenopleidingen al jaren weliswaar een stijging
vertoont, maar het is een verkeerde doelgroep (instroom) die
zich aanmeldt voor de opleiding aan de verschillende
pedagogische opleidingen. Vele jongeren hebben geen uitweg
en vaak is het pedagogisch instituut een negatieve keuze. De
vraag is of wij de leerkracht met een dergelijke motivatie
en instelling moeten tolereren in ons onderwijssysteem. Wij
zien een verschijnsel dat jongeren wel in het basisonderwijs
willen werken, maar bijvoorbeeld het voortgezet onderwijs
links laten liggen. Het lijkt er op dat werken met pubers in
het algemeen niet erg populair is. Ook justitiële
jeugdinrichtingen en buurthuiswerk hebben moeite om aan
personeel te komen.
Wellicht is er sprake van ‘angst voor de jeugd’. Het dreigend
tekort aan aanmeldingen en de juiste instroom naar de
pedagogische instituten heeft een duidelijke oorzaak. Het is
namelijk gewoon niet aantrekkelijk voor een carričre in het
onderwijs te kiezen. Het salaris is niet erg hoog, er zijn
weinig doorgroeimogelijkheden, de werkdruk is erg hoog. En
zijn de leerlingen niet gemotiveerd en is het rendement van
de energie die in de les wordt gestoken, erg laag. In ons
land kennen wij ook het bekende ‘draaideureffect’ in de
sector onderwijs en deze is nogal groot. Te veel nieuwkomers
verlaten na een paar jaar alweer het onderwijs. Juist de
zwakke scholen krijgen de hardste klappen. Veel ‘goede’
leraren verlaten de moeilijke scholen voor een baan op 'een
betere' school.
.
|