|
Banner pagina
Lees uw horoscoop online. [Meer]
|
Bijgewerkt op: 09/04/08,
Algehele bezorgdheid over stijging brandstofprijzen
Paramaribo - Suriname beleeft dezer dagen een
scherpe stijging van de brandstofprijzen. De prijsstijgingen
(33 SRD cent voor diesel en 15 SRD cent voor benzine) die
geafficheerd worden aan de pomp, lijken misschien niet zo
spectaculair, maar als we ze omrekenen naar een volle tank,
dan worden dat toch serieuze bedragen. De brandstofprijzen
zijn met name gestegen door de sterke stijging van de
internationale marktprijs voor benzineproducten. De
stijgende vraag naar geraffineerde olieproducten in vooral
China, India en de Verenigde Staten, de limieten van de
raffinagecapaciteit, de seizoensgebonden vraag naar
producten en marktspeculatie zijn daar de voornaamste
oorzaken van. Omdat brandstof in alle sectoren van de
economie een kostenpost is en bepalend is voor de
kostprijsberekening van prijzen van goederen en diensten,
zal dit voelbaar zijn voor de gehele samenwerking. Dit legt
grote druk op de regering want de eisen van de vakbonden
worden groter. De redenen voor de prijsstijgingen zélf zijn
ondertussen genoegzaam bekend.
De duurdere ruwe olie - de basis van de meeste
brandstoffen - en de seizoensschommelingen op de
internationale markten, waar nu precies op de stookolie
gefocust wordt. Met name veranderingen in deze prijzen
zorgen voor de wijzigingen aan de pomp, zowel omhoog als
omlaag. Inkoopprijzen worden onder andere beďnvloed door de
wereldwijde vraag en aanbod van geraffineerde olieproducten,
de dollarkoers en, op de langere termijn, door de ruwe
olieprijs. Een toelichting bij een aantal punten. Als in
bepaalde landen veel welvaart is en de mensen zich veel
kunnen veroorloven, is er meer vraag naar bepaalde
producten. De regering laat dan meer producten produceren,
waardoor er meer stoffen zoals olie in de industrie nodig
zijn. Dus meer vraag Prijs omhoog. Als zo’n land genoeg
olievoorraad heeft, hoeft dit het niet importeren. Dus
minder vraag Prijs omlaag.
Olie wordt vooral gewonnen in Arabië en omstreken. Als er in
dit gebied bijvoorbeeld armoede is, is er meer geld nodig
Prijs omhoog. Als er oorlog is kan een olie-exporteur als
Arabië de prijs natuurlijk laten stijgen zodat ze in het
voordeel is in de oorlog. (Zij hebben de olie tot hun
beschikking en de ‘vijand’ moet alsmaar meer ervoor
betalen). Als door slecht weer er een tijdje geen olie kan
worden gewonnen, is er minder oliereserve Prijs omhoog.
Als het in een land opeens extreem koud is, komt er meer
vraag naar olie voor het stoken. Gevolg ook weer: prijs
omhoog. Een andere steeds belangrijkere bepalingsfactor voor
de olieprijzen is het economisch snelgroeiende China.
Omdat het steeds beter gaat met China op economisch gebied
en meerdere mensen zich luxeartikelen zoals auto’s kunnen
veroorloven is er opeens massaal meer olie nodig.
China is op het moment de grootste olie-importeur op de VS
na. Door o.a. China raakt de olie dus sneller op. Hierdoor
stijgen de prijzen ook. Want als er ergens een tekort van
is, gaan de prijzen omhoog. Aanvankelijk werd het effect van
de duurdere olie nog opgevangen door de daling van de
dollarkoers, maar de koers van de Amerikaanse munt is
inmiddels gestabiliseerd. De consument krijgt daardoor de
volle lading van de duurdere brandstof te dragen. Wat maakt
dan dat de olie zo duur blijft? Er zit in de olieprijs
momenteel een speculatiepremie van 10 tot 15 dollar per vat
verrekend.
Die premie is te wijten aan de politieke spanningen in de
wereld en aan de extra vraag naar brandstof. Omdat
wereldwijd in olieproducten gehandeld wordt, vindt er ook
marktspeculatie plaats.
De afgelopen jaren zijn nieuwe spelers op de markt gekomen met
een bijzondere interesse voor olieproducten, zoals
beleggingsfondsen en hedge funds. Algemeen wordt aangenomen
dat de olieprijzen daardoor nog beweeglijker werden dan ze
al waren. De beleggingsfondsen hebben er de jongste maanden
duchtig op los gespeculeerd en verdienden handenvol geld aan
de stijging van de olieprijs. Volgens de oliehandelaren is
de boodschap duidelijk: de Opec heeft niets meer te
vertellen op de markt, het zijn de speculanten die de wet
dicteren. Enkele jaren geleden kon het kartel niet voorkomen
dat de olieprijs terugviel tot 10 dollar, terwijl de Opec
eveneens machteloos stond bij de prijsstijging van de
afgelopen maanden. Wanneer de speculanten om één of andere
reden de olie loslaten, zou de prijs snel weer naar omlaag
duiken. Men twijfelt niet aan de speculatie in olie, maar
stelt tegelijk dat er structurele problemen zijn.
Om beter op de gestegen vraag te kunnen antwoorden en de
capaciteit te verhogen, zijn zware investeringen nodig. Die
investeringen vragen tijd, het duurt jaren voor die
gerealiseerd zijn. Het is dus weinig waarschijnlijk dat er
snel grote prijsdalingen zullen komen. De regering streeft
naar een consistent en transparant prijsbeleid ten aanzien
van brandstof.
Dit betekent dat veranderingen in de inkoopprijs van het
product olie op consequente wijze in de pompprijs worden
doorberekend. Wij weten dat de overheidstake bijna SRD1 per
liter is. Kan dit niet met minder? Helaas zijn
prijsverlagingen niet altijd even zichtbaar in de media in
tegenstelling tot prijsstijgingen. Vandaar dat wellicht het
beeld ontstaat dat prijzen sneller stijgen dan dat ze dalen.
.
|