Nationaal
>
Agenten voor de rechter wegens afpersing
Geplaatst:
08/02/2010
Paramaribo - Vier
ambtenaren van politie, G.K., M.E., E.P. en R.H., moesten zich
verantwoorden voor de kantonrechter omdat zij worden beschuldigd van
afpersing van de gouddelver D.J. Laatstgenoemde deed uitgebreid zijn
relaas aan de rechter. De gouddelver verklaarde dat hij op de avond
van 11 oktober 2009 samen met een neef en een vriend reed in een
pasgekochte Skyline richting de Tammengastraat, een zijstraat van de
Gemenelandsweg. Enkele meters voor de Tammengastraat werden de drie
mannen door een politieagent M.E., die met drie andere agenten zat
in een politievoertuig, aangezegd om te stoppen.
‘Rijbewijscontrole’, schreeuwde de agent ze toe.
D.J. moest van agent M.E., die hij de
hele zitting door aanduidde als de ‘agent met vier strepen’, rijden
naar de gesloten winkel op de hoek van de Tammengastraat, een
zijstraat van de Gemenelandsweg. ‘De man drai a wagi tapu’, zei de
gouddelver aan de magistraat. Zijn autopapieren werden van hem
afgepakt. De agent met vier strepen stopte vervolgens zijn hand in
de tas van Tojo, een mede-inzittende in het voertuig van D.J. en
haalde een verdacht pakketje eruit. Het was vermoedelijk drugs. Tojo
moest in het politievoertuig plaatsnemen. De agent met een streep,
E.P., vroeg aan D.J. zijn mobiele telefoonnummer en de agenten reden
vervolgens weg. Op een vraag van de openbare aanklager gaf de
gouddelver te kennen dat hij na een minuut of tien gebeld werd door
een van de agenten.
De agent hield D.J. voor om Euro 2000 te
betalen indien hij zijn autopapieren terugwilde en niet in aanraking
met de Narcoticabrigade wenste te komen. De gouddelver vroeg om wat
tijd. D.J. is op die avond zes keren gebeld door de agent. Terwijl
D.J. terugreed richting de Gemenelandsweg zag hij Tojo langs de weg
staan. Volgens agent M.E. is dit niet waar; ze hebben Tojo wel naar
Bureau Nieuwe Haven gebracht voor verhoor. De groepscommandant van
de afdeling, de onderinspecteur van politie M.K., die als getuige
werd gehoord, verklaarde dat de agenten niets aan haar hebben
gerapporteerd over de aanhouding van een man met een verdacht
pakketje in zijn tas. De onderinspecteur zei ook niet gezien te
hebben dat iemand werd binnengebracht.
D.J. reed dezelfde avond naar zijn oom en
legde hem voor wat hem was overkomen. De oom vond dit geen zuivere
koffie en zei aan zijn neefje om de volgende dag naar Bureau
Geyersvlijt te gaan voor aangifte. D.J. stapte de volgende dag
daadwerkelijk het politiebureau binnen en hij werd verwezen naar
inspecteur M.A. Terwijl de gouddelver zijn relaas deed aan de
inspecteur belde de agent hem wederom op zijn mobiel. Volgens de
gouddelver maakte hij zijn mobiel luid aan, zodat de inspecteur en
de andere agenten het gesprek ook konden meeluisteren.
D.J. moest van de inspecteur naar OPZ.
Intussen was het bedrag verlaagd van Euro 2000 naar Euro 1000 en
vervolgens naar SRD 2000. De gouddelver moest het geld brengen naar
een bekende mall aan de Lala Rookhweg. Enkele ogenblikken nadat D.J.
het geld overhandigde aan agent E.P., ging OPZ over tot de
aanhouding van deze agent. E.P.’s advocaat vroeg aan de gouddelver
of het niet zo was dat hij de agenten gevraagd had om een deal te
sluiten. Volgens D.J. was dat helemaal niet het geval.
Voor de eerstvolgende zitting gelastte de rechter de medebrenging
van Tojo en ene Crisis.
Widjai Ganesh
▲
Boven