Nationaal
>
Van ontucht verdachte stiefvader vrijgesproken
Geplaatst:
30/06/2009
Paramaribo - De
59-jarige chauffeur J.P. huilde gisteren tranen met tuiten toen hij
hoorde dat hij integraal werd vrijgesproken van de aan hem ten laste
gelegde feiten. J.P. werd ervan beschuldigd op verschillende
tijdstippen, gelegen in het jaar 2008 en 2009, ontuchtige
handelingen te hebben gepleegd met zijn 11-jarige stiefdochter J.R.
De chauffeur had vanaf zijn aanhouding aangegeven onschuldig te
zijn.
J.R. zit in de zesde klas van de basisschool. Het meisje begon van
de ene op de andere dag in haar broek te poepen. De klassejuf legde
dit voor aan een andere collega. Laatstgenoemde zei te hebben
vernomen dat vooral kinderen, die het slachtoffer zijn geworden van
een zedenmisdrijf, vaak poepen in hun broek. J.R. werd door het
schoolhoofd aan de tand gevoeld en het meisje noemde na lang
aarzelen de naam van haar stiefvader. Zo kwam deze zaak aan het
rollen.
Op de zitting van 24 juni gaf de getuige – deskundige, de
gynaecoloog A.R., te kennen dat het meisje geen maagd meer is. J.R.
vertelde aan de arts dat haar stiefvader haar slechts aan haar
borsten heeft aangeraakt. De verdediging van J.P. wilde van de
vrouwenarts weten of het aannemelijk is dat het meisje zelf met een
vinger of een voorwerp in haar vagina geweest is. ‘Een meisje van
elf?’, vroeg de arts zich luid af.
Het verhoor van het slachtoffer verliep gisteren erg moeizaam waarop
de kantonrechter besloot om het meisje in de raadskamer te horen.
Bij terugkeer hield de magistraat de stiefvader voor dat de
stiefdochter bleef bij haar verklaring dat hij haar bij haar borsten
had aangeraakt.
De openbare aanklaagster vroeg, gelet op de verklaringen van het
meisje, om vrijspraak. De officier zei het aan het geweten van de
personen te laten die het meisje geïnstrueerd hebben om een
leugenachtige verklaring af te leggen.
De raadsvrouw van J.P., mr. Irene Asarfi-Lalji, vroeg aan de
kantonrechter om mee te gaan met het strafvoorstel van de officier.
De advocate heeft vanaf dag één geloofd in de onschuld van haar
cliënt. Op de vorige zitting deed zij nog het verzoek om J.P., gelet
op de verklaringen van het meisje en de vrouwenarts, voorlopig in
vrijheid te stellen.
De magistraat achtte het wettig en overtuigend bewijs niet geleverd
en sprak J.P. vrij.
Widjai Ganesh
▲
Boven