Nationaal
>
Nog GEEN vonnis in zaak vernietiging Hindoebeelden
Geplaatst:
06/08/2009
Paramaribo - De
jeugdrechter Cynthia Valstein – Montnor is gisteren niet tot een
vonnis gekomen in de spraakmakende zaak betreffende de vernietiging
van Hindoebeelden. Dit zal zij mogelijk op 18 augustus wel doen. De
jeugdrechter wilt in haar strafoplegging ook de schoolresultaten van
beide broers meenemen.
De officier van justitie Astrid Niamat had op 03 juni 2009, na een
zeer uitgebreid requisitoir, straffen geëist tegen de twee jeugdige
broers. Niamat achtte de 15-jarige K.S. en de 14-jarige S.M.
schuldig aan vernieling van de Hindoebeelden nabij de
Wijdenboschbrug te Commewijne. K.S. werd naast de vernieling ook
schuldig bevonden aan diefstal van een sari en een waterkraan. Bij
een tante van de verdachten werden de sari en waterkraan
teruggevonden.
De openbare aanklaagster eiste tegen elk van de jongens, gelet op de
conclusies in alle drie rapporten, ter beschikking stelling van Opa
Doeli voor twee jaren, waarbij zij, indien zij goede
schoolresultaten leveren, het laatste jaar bij hun moeder mogen
inwonen. Daarnaast eiste de officier ook psychologische,
psychiatrische en JKB-begeleiding tegen beiden.
Het leven van K.S. en S.M. is volgens de drie rapporten, geen
rozengeur en maneschijn. K.S. leeft op gespannen voet met zijn
stiefvader en dit is ook de reden waarom hij meestal niet thuis was.
De tienerjongen heeft de school doorlopen tot de vierde klas van de
lagere school. Hij was noodgedwongen de school te verlaten daar de
stiefvader weigerde het schoolgeld te betalen. De stiefvader bracht
hem op zee om als visser de kost te verdienen. Volgens de psycholoog
is het milieu op zee niet goed voor de ontwikkeling van deze
tienerjongen.
S.M. is tot de eerste klas van de lagere school gegaan. Deze
14-jarige jochie drinkt alcohol en zwerft tot laat op straat. In Opa
Doeli was hij in het begin onhandelbaar en liep zelfs met
zelfmoordplannen rond. Hij kent geen normen en waarden en kan het
onderscheid tussen goed en kwaad ook niet maken. S.M. heeft dringend
begeleiding nodig, concluderen alle drie deskundigen.
De raadsvrouw van K.S. en de raadsman van S.M. gaven op 03 juni elk
in hun pleidooi te kennen hun twijfels te hebben over het onderzoek
van de politie in deze zaak. Vooral de advocate van K.S. ging
uitgebreid hierop in. De strafpleiter vroeg hoe het zit met de
vernielingen van de beelden te Kameelbrug. Beide ravages waren op
dezelfde dag aangericht, hoewel de beelden respectievelijk in het
district Commewijne en Wanica stonden. Volgens de raadsvrouwe was
het bij de politie bekend dat er ten tijde van de vernietiging van
de Hindoebeelden, op 23 maart 2008, een ernstig dispuut gaande was
tussen twee Hindoestromingen binnen onze samenleving. Er is zelfs de
naam van een persoon genoemd die deze beelden zou hebben vernietigd.
De politie heeft dit nimmer onderzocht. De advocate gelooft in de
onschuld van haar jonge cliënt. De jongen was ten tijde van de
vernietiging op zee. De kapitein van de boot beaamde dit tijdens
diens verhoor.
De raadsman van S.M. benadrukte dat de jongen onder druk is gezet om
een verklaring af te leggen. De advocaat legde een link door aan te
geven dat de meeste onderzoeksambtenaren in deze zaak het Hindoeďsme
aanhangen.
Niamat gaf op haar tweede beurt te kennen dat aan de jongens slechts
de vernietiging van de beelden te Commewijne wordt verweten. Ten
aanzien van hetgeen de raadsman van S.M. aanhaalde, zei de openbare
aanklaagster dat de officier van het parket geen Hindoe was, geen
geweld heeft aangewend en dat de jongen daar het feit wel bekende.
De broers hadden vanaf hun aanhouding schuld bekend. Ter
terechtzitting maakten zij echter een draai van 180 graden. De
jongens verklaarden stevig mishandeld te zijn, op instructie van
leden van het onderzoeksteam dat door de politietop was samengesteld
om de zaak van de vernieling van de Hindoebeelden bij niet alleen de
Wijdenboschbrug, maar ook de Kameelbrug tot klaarheid te brengen.
Bekentenissen waren afgelegd onder druk en pak slaag.
Widjai Ganesh
▲
Boven