Nationaal
>
Parlement huiverig over opslag Glisinformatie
Geplaatst:
05/08/2009
Paramaribo - Parlementsleden
toonden zich gisteren in het parlement bij de behandeling van de
Gliswet huiverig over de opslag van data over de grondregistratie.
Zo wordt gesuggereerd om de opslag in Nederland te laten
plaatsvinden. Hier maakte het DNA-lid Jenny Simons melding van. Zij
vroeg zich af waarom belangrijke data voor Suriname ook ergens
anders ondergebracht moet worden. Deze zou op een goed beveiligde
plaats in Suriname bewaard moeten worden. De vaststelling hiervan
zou middels een staatsbesluit kunnen plaatsvinden. Zo opperde zij
dat de president ten allen tijde toegang zou moeten hebben tot deze
informatie. Het voorstel werd gedaan de informatie op te slaan in de
kluis bij de president of de Centrale Bank van Suriname. Indien niet
op een deskundige en verantwoordelijke wijze wordt omgegaan, vreest
Simons voor een tijdbom die gecreëerd wordt.
Simons pleitte verder voor het opnemen van duidelijke
overgangsbepalingen, alvorens de informatie ter beschikking komt.
Over de kwestie rond de grondtitels van de bijkans 400 oude
plantages heeft zij haar bedenkingen. Er mag zich geenszins een
situatie voordoen waarbij de nazaten van de vroegere ‘bazen’, die
onze voorouders enorm veel leed hebben aangedaan, ‘hier dingen
kunnen claimen’, waarschuwde zij.
Volgens het lid Adiel Kallan zouden er al signalen verkregen zijn
vanuit Nederland. Zo zou men bang zijn met de aanname van de wet.
Vooral tegen de achtergrond dat de grondenregistratie transparantie
teweegbrengt over het bezit van percelen. Hierover is er
onduidelijkheid of toegestaan zal worden dat Surinaamse-Nederlanders
van twee of meer walletjes mogen eten.
Gisteren werd ook gesteld in het parlement dat Nederland het
Glisproject gesubsidieerd zou hebben voor een betere inzage. Het lid
Rabin Parmessar plaatste felle kanttekeningen hierover. De kwestie
van de grondenregistratie betitelde hij als ‘zaken van strategisch
belangrijke waarde’. Evenwel plaatste hij vraagtekens of Nederland
al dan niet inzage heeft in het CBB-bestand in Suriname. Hij vroeg
dan ook om serieuze en dringende aandacht rond deze problematiek.
Parmessar kon zich niet indenken dat in een democratische rechtstaat
als Suriname, waar door de beleidsmakers gepretendeerd wordt wetten
te gehoorzamen, geen waarde wordt gehecht aan staatsmiddelen en
historische goederen. In dit verband haalde hij de situatie rond
oud-plantage Marienburg aan.
Asha Bhagwat
▲
Boven