Nationaal
>
Governor Centrale Bank van Suriname:
Wantoestanden bij Centrale Bank in het jaar 2000
Geplaatst:
05/08/2009
Paramaribo - Toen
in het jaar 2000 Andre Telting wederom aantrad als president van de
Centrale Bank van Suriname (CBvS) trof hij een economische ravage
aan. Hij stelt dat er heel ernstige dingen gebeurden; “we zijn erop
gestuit en hebben steeds juridisch advies gevraagd of het niet een
zaak was voor verder juridisch onderzoek.” De governor heeft altijd
volgens de juridische adviezen gehandeld en als die zeggen het niet
te doen dan doen we het niet, zegt hij.

De governor: “wij hebben ons gericht naar
de adviezen die wij van de juristen gehad hebben over deze zaken en
wantoestanden die zijn voorganger had achtergelaten. De hamvraag die
mensen stellen, is: “hoe kunnen mensen, die op een wederrechtelijke
wijze aan hun geld gekomen zijn, er zo makkelijk vanaf komen?” Er
zijn mensen die zelfs overnight rijk zijn geworden zonder te werken.
De governor zegt dat die gevallen er zeker geweest zijn en naar zijn
gevoel kan dat absoluut niet. Maar hij is niet degene die de
gevallen in de rechtszaal mag brengen. “Als ik dat wel kon, had ik
dat gedaan, maar ik ben daartoe niet bevoegd en het is ons
afgeraden”, zegt de geldhoeder der republiek, enigszins peinzend .
Woningbouwfinanciering uit kasreservemiddelen
Recentelijk zijn twee financieringen aangeboden aan bankinstellingen
om aan te bieden aan de klanten. De zeven procent
woningbouwfinanciering is aangeboden, waarbij men tot een maximaal
bedrag van honderdduizend Surinaamse dollar kan opnemen. Men moet
dan wel een maandelijkse inkomen hebben van tussen de SRD 1200 en
SRD 4000. In dit geval mag men geen perceel kopen, alleen bouwen,
uitbreiden of renoveren. Het vorige geschiedt uit de zogeheten
kasreserve middelen.
De kasreserve is ingesteld door de
governor zelf. Toen hij in het jaar 2000 aantrad bestond er geen
kasreserve en daarvoor ook niet. ‘Gedurende al die jaren dat de
Centrale Bank had bestaan hadden we een ander systeem, namelijk een
kredietplafondsysteem. In principe een heel goed systeem, maar
doordat er zo verschrikkelijk veel geld tijdens de regering
Wijdenbosch in de economie was gepompt (de biljetten kregen steeds
meer nullen, was er gewoon te veel geld en dat moest op een of ander
manier gebonden worden).’ Toen is het kredietplafondsysteem
losgelaten en in plaats daarvan is de kasreserve geïntroduceerd.
Dat houdt in dat de Centrale Bank de
commerciële banken verplicht om een deel van alle geld dat zij van
hun klanten, hun spaarders, hun depositohouders en ook hun zakelijke
klanten en anderen krijgen bij de Centrale Bank te stallen tegen nul
procent rente. “Op die manier verkleinen we met de kasreserve
eigenlijk de geldhoeveelheid om meer waarde aan het geld toe te
voegen dat overblijft”, zegt de governor. Het overtollig geld wordt
op die manier afgeroomd. Banken moeten vijfentwintig procent van
elke SRD dat ze onder beheer krijgen met nul procent rente afstaan
aan de Centrale Bank, wat betreft buitenlandse valuta is dat gesteld
op één derde deel. Maar die worden niet gestort bij de Centrale
Bank. Gezien ervaringen uit het verleden, mogen de banken voor wat
betreft hun kasreserves in dollars en euro’s, die op een
buitenlandse bank aanhouden (daar krijgen ze ook nog rente voor).
Maar ze mogen dat niet gebruiken zonder de toestemming van de
Centrale Bank, benadrukt de governor.
Stimulering van de economie
De bedoeling was ook, benadrukt de governor, om eerst de
schuldenkwestie op te lossen dan wel te ordenen en daarna de
begrotingsfinancieringen in orde te maken en de begroting in
evenwicht te krijgen. De kasreserve is toen opgebouwd met de
bedoeling om in de eerste plaats de munt weer enige koopkracht te
geven, de wisselkoers tot rust te brengen, de rentetarieven die
boven de dertig procent waren weer omlaag te krijgen. ‘Het was een
heel moeilijke operatie, maar het is ons gelukt om de rentetarieven
terug te brengen tot tien en twaalf procent’, zegt Telting. Dat
waren de doelstellingen betreffende de kasreserves. Daarna werd het
accent verlegd naar de ontwikkeling van de economische groei.
De governor wilde de economische groei
stimuleren via de bouwsector. Terwille van de economische groei
heeft men gekozen voor de bouwsector (ook de werkgelegenheid wordt
gestimuleerd) en daarmee ook het huisvestingsvraagstuk. Met dit
betoog wil de geldhoeder bewijzen dat we zelf heel veel dingen
kunnen realiseren en niet donorafhankelijk moeten zijn. Dit is het
achterliggende gedachte achter de financiering van de
woningbouwsector. Een ander belangrijke punt wat tot uiting komt (de
governor zegt dat hij dat voor het eerst in Rashid Pierkhan’s KAAK
naar voren haalt), is dat op deze manier ook een deel van de
economische groei die het land doormaakt, wordt doorgespeeld naar de
groep mensen die werken en de groep mensen die een huis krijgt.
Assurantiemaatschappijen en beleggingsmaatschappijen vallen niet
onder deze regeling, omdat die geen geld hoeven in te leveren bij de
Centrale Bank voor de kasreserve.
Wanneer wij de financiering uit de
kasreserve doen moet er productie tegenover staan anders kan het
geld gewoon bij de banken blijven, zegt de governor. Er moet met het
geld een huis gebouwd worden of een bestaand huis wordt gerenoveerd,
zodat het zijn waarde behoudt en de woonsituatie van de mensen
verbetert. Intussen hebben wij in totaal 3000 van deze leningen
uitstaan bij de banken. Als een bank een lening verstrekt, wordt dat
gefinancierd uit hun deel van de kasreserve (aan de hand van de bank
hun sterkte). En daarom dus geen assurantiemaatschappijen, omdat die
helemaal geen aandeel hebben in de kasreserve. De topman zegt dat er
nu 2100 leningen voor nieuwe huizen verstrekt zijn en daarvan zijn
de meeste ook inderdaad tot stand gekomen. En er zijn ook 800
woningen gerenoveerd middels deze vorm van financiering. Dat
betekent dat de woonsituatie voor ruim 3000 gezinnen is verbeterd
door de regeling. “De druk op deze vorm van financiering in deze
inkomensklasse hebben we min of meer afgewerkt, dat is voor wat
betreft de zeven procent regeling”, zegt de governor.
De vijf procent regeling (inkomen van
tussen de zeven en twaalf procent; maximaal gefinancierd bedrag
55.000 SRD) is een regeling die de Centrale Bank in samenwerking
doet met de minister van Financiën en de banken. De banken voeren de
regeling uit en ze gebruiken daarvoor hun eigen geld, dus niet de
gelden die in de kasreserve zitten, maar hun werksaldi. Uiteraard is
de vijf procent voor de banken geen commerciële haalbaar tarief. “De
Centrale Bank heeft met de commerciële banken onderhandeld dat zij
voor de leningen van vijf procent, negen procent vergoed krijgen”
benadrukt de governor. Dus als die bank zo’n lening verstrekt,
betaalt de leningnemer vijfprocent rente, de bank ontvangt negen
procent rente. Het verschil betaalt de staat. De minister van
Financiën heeft daarvoor de middelen beschikbaar gesteld van de
Centrale Bank. Voorlopig komt de regering er niet meer aan te pas.
Het is een regeling die wordt uitgevoerd door de commerciële banken
en door de Centrale Bank van Suriname die uit de middelen van
Financiën dan de suppletie geeft van vier procent waar de banken in
deze tekortkomen. Het KAAK – interview met Governor Andre Telting
wordt vandaag uitgezonden via RBN-TV omstreeks 16.30 uur.
Satis Baldewsingh
▲
Boven