Nationaal
>
Voorzitter Angula-groep:
‘Binnenlandse oorlog blijft een vuile oorlog’
Geplaatst:
03/09/2008
Paramaribo - ‘De
binnenlandse oorlog is een vuile oorlog geweest en het blijft een
vuile oorlog. Het is nooit duidelijk geweest waarvoor men vocht.
Surinamers stonden tegenover Surinamers, met ondersteuning van het
buitenland’, luidt het standpunt van de voorzitter van de
Angula-groep, Frederik Finisie. De binnenlandse oorlog woedde in
Suriname vanaf 1986-1992. De toen 31-jarige Frederik was woonachtig
in Brokopondo en zag het helemaal niet zitten. Militairen van het
Nationaal Leger moesten omgaan met de grillen van de
guerrillabeweging, het Jungle Commando. De bewoners van Brokopondo
werden door de ex-leden van Jungle Commando (JC) zoet gehouden met
de belofte dat zij voeding zouden krijgen. In die periode was
voedsel heel schaars. De bewoners hielden zich dus koest. In de
tussentijd zagen zij het oliepalmbedrijf Victoria in vlammen opgaan:
kapotgeschoten door het JC. Ook de brug over de Marshallkreek werd
afgebrand. De trucks van de bewoners werden afgepakt door het JC om
acties te voeren. Deze werden vervolgens door de militairen vanuit
de lucht in de vlammen geschoten.
De nare ervaringen zijn Finisie bijgebleven. Zo worden een grootoom
met zijn zoon en een neefje tot de dag van vandaag vermist. Zij
waren betrokken bij een vuurgevecht in Victoria. Ook Finisie is
ernstig afgetakeld te New Aurora door de ex-leden van het JC, toen
hij bezig was goederen te verkopen om zijn centjes te verdienen. Dit
werd hem te veel.
Naarmate de tijd vorderde, begrepen de bewoners dat zij zouden
omkomen van de honger. De beloofde voeding kregen ze maar niet.
Finisie heeft toen met enkele personen beraadslaagd om een
verzetsgroep, een antiterreurgroep, op te zetten. In het prille
begin bestond deze groep uit 20 tot 25 personen. Deze groep werd na
twee jaren omgedoopt tot de ‘Angula’-groep. Naarmate de tijd
vorderde, sloten zich steeds meer personen aan.
Vanuit de zijde van de militairen had Finisie het ook te verduren.
In die periode was hij zelf ex-militair. Maar zijn broer die
onderofficier was, maakte nog steeds deel uit van het Nationaal
Leger. De ex-militairen die hun ondersteuning niet gaven, werden
afgetakeld. De eerste actie van de Angula-groep vond plaats aan de
Brownsweg. Hierbij kwamen drie leden van het JC ter plekke te
overlijden. Iedereen van de Angula-groep bleef ongedeerd. Dit was
een motivatie voor de Angula-groep om tot het bittere eind te
vechten.
Ook kan hij het zich nog goed herinneren dat het JC door enkele
bewoners in bescherming werd genomen. Als compensatie werd voedsel
aan die personen gegeven door het JC. ‘Ik heb het zien gebeuren, hoe
de JC-leden vanuit hun schuilplaats op vele militairen hebben
geschoten. De militairen konden geen onderscheid maken tussen
bewoners en leden van het JC. Dat was jammer. Door de bewoners werd
gezegd dat er geen leden van het JC in hun dorp waren, terwijl de
JC-leden zich schuil hielden.’ Finisie heeft het zien gebeuren dat
militairen noodgedwongen het vuur moesten openen, waarbij ook
dorpsbewoners zijn omgekomen. ‘Ja, ze zeggen dat militairen als
gekken hebben geschoten. Maar ze geven niet aan wat de oorzaak
hiervan is geweest’, zegt hij ietwat geïrriteerd.
De Angula-groep heeft gestreden tot het einde van de oorlog in 1992.
Hierna volgde de ondertekening van het Vredesakkoord. Dit is ook
door Finisie ondertekend. De president van Suriname, Ronald
Venetiaan, tekende mee. Zo heeft de Angula-groep uitvoering gegeven
aan de plichten van het akkoord door het inleveren van de wapens en
door terstond alle vijandelijkheden te stoppen. Maar uitvoering van
het akkoord door de regering is tot de dag van vandaag uitgebleven.
Het bieden van werkgelegenheid is onderdeel van het akkoord en
geniet prioriteit bij de Angula-groep. Vergeleken met de leden van
het JC zijn zij echt in een hoekje gedrukt, wanneer in ogenschouw
wordt genomen dat het overgrote deel van laatstgenoemde groep bij de
overheid in dienst is genomen. De diverse verzetsgroepen waaronder
de Angula-groep, de Koffimaka, de Mandela en de Toecajana’s hebben
dit jaar een protocol van samenwerking getekend. Het Vredesakkoord
is door al de verzetsgroepen ondertekend. Ook zij streven naar
uitvoering van het akkoord. ‘Wij zijn al moe van het wachten. Het
Vredesakkoord is ons wapen’, zegt Finisie. Hij heeft de combinatie
van verzetsgroeperingen geleid. ‘Het is mij nog gelukt om de
personen te bedaren. Want, anders hadden zij al lang terug iets van
zich laten horen.’
Voor Finisie is het een koud kunstje om actie te voeren en deze aan
te houden totdat er tastbare resultaten zijn geboekt. Dat zij nooit
een ultimatum hebben gesteld aan de regering, is slechts een
tactiek. ‘Men moet ons niet dwingen hiertoe. Ze moeten niet denken
dat wij jaknikkers zijn. Anders zullen zij zelf instaan voor de
consequenties. Wanneer wij in actie gaan, zullen zij daadwerkelijk
merken dat wij in actie zijn. Die mannen van ons zijn over het
gehele land verspreid, van noord tot zuid van oost tot west. Een kat
in het nauw maakt rare sprongen.’
Asha Bhagwat
▲
Boven