Nationaal
>
HOF OORDEELT OVER WRAKING OMBRE
Geplaatst:
08/11/2008
Paramaribo - Op 29
augustus 2008 is de op de zitting van 25 juli voorgedragen wraking
van de wnd. president van de Krijgsraad, mr. drs. Cynthia
Valstein-Montnor, in behandeling genomen door het Hof van Justitie.
Op 29 augustus heeft de raadsman van de verdachte namens wie de
wraking was voorgedragen, ook de president van de kamer die was
samengesteld om over de wraking van de president van de Krijgsraad
te oordelen, mr. Ewald Ombre, gewraakt.Op dinsdag 4 november is de
behandeling van de voordragen wraking van mr. Ombre voortgezet. Door
het Hof is toen gesteld dat aan de orde is de vraag of de raadsman
bij afwezigheid van de verdachte al dan niet bevoegd is om namens
deze bij de behandeling in raadkamer van een reeds voorgedragen
wraking, een opeenvolgende wraking van een lid van de wrakingskamer
voor te dragen. Het Hof komt ten aanzien daarvan tot het oordeel dat
nu artikel 437 van het Wetboek van Strafvordering het expliciet
heeft over het Openbaar Ministerie en de verdachte die een wraking
kan voordragen, deze vraag ontkennend dient te worden beantwoord.
Het is volgens het Hof ingevolge bepaaldelijk genoemde
jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, zo
dat ook in verstekzaken de raadsman het woord ter verdediging dient
te krijgen op de terechtzitting, echter omvat het voorgaande naar
het oordeel van het Hof niet eveneens de bevoegdheid van de raadsman
om bij afwezigheid van de verdachte namens deze wrakingsverzoeken
voor te dragen in Raadkamer. Naar het oordeel van het Hof is
toekenning van deze bevoegdheid aan de raadsman niet alleen een
uitholling van de positie van de verdachte in het strafproces, doch
is zulks eveneens in strijd met de systematiek die de wetgever
kennelijk voor ogen heeft gehad, aangezien het bepaalde in artikel
262 van het Wetboek van Strafvordering uitdrukkelijk en limitatief
aangeeft in welke zaken de verdachte zich kan laten
vertegenwoordigen.
Door het Hof is aangegeven dat niet is gesteld of is gebleken dat
onderhavige zaak dient te worden gerubriceerd onder de zogenaamde
“paraplu” van voormeld wetsartikel. Gelet op het hiervoor overwogene
is het Hof eveneens voorbij gegaan aan het door de raadsman gedane
beroep op de machtiging d.d. 29 augustus 2008, afkomstig van de
verdachte.
Al het voorgaande heeft het Hof aanleiding gegeven om de raadsman
niet ontvankelijk te verklaren in de door hem op de raadkamerzitting
van 29 augustus namens de verdachte voorgedragen wraking van de
fungerend president van de wrakingskamer, mr. Ombre.
Het Hof heeft tevens bepaald dat zal worden overgegaan tot de
behandeling van het wrakingsverzoek met betrekking tot mr. drs.
Valstein-Montnor, door de wrakingskamer die belast is met de
behandeling van voormelde wrakingszaak.
▲
Boven