Nationaal
>
Personen met een beperking te vaak genegeerd
Geplaatst:
17/03/2008
Paramaribo - Mensen
met een beperking hebben het vaak niet makkelijk in Paramaribo. Er
zijn te weinig voorzieningen voor rolstoelpatiënten en andere minder
valide personen om zich vlot door het verkeer te bewegen. Ashwien
Chitani is student aan de Juridische Faculteit en hij is de eerste
persoon met een lichamelijke beperking die is ingeschreven aan de
Anton de Kom Universiteit van Suriname. Volgens hem heeft Suriname
nog veel te leren op het vlak van gehandicaptenvoorzieningen.
“Op het vlak van voorzieningen in openbare gebouwen voor personen
met een beperking, wordt er te weinig gedaan. Die problemen ervaar
niet ik alleen, maar ook oudere mensen of personen met een babywieg.
Een simpel voorbeeld: Af en toe ga ik met mijn vrienden naar de
mall. Om de winkels te bereiken, moet ik twee grote trappen
betreden.” Complicaties vanwege een te vroege geboorte, hebben ertoe
geleid dat hij zijn benen nauwelijks kan gebruiken. “Ik kan amper de
trappen beklimmen. Handig zou het zijn als het gebouw een lift zou
hebben of moesten er rolstoelen of een trappenlift voorhanden zijn.
Men is vaak bij de bouw van winkels en scholen niet kritisch genoeg.
Je moet nagaan wat de effecten twintig of dertig jaar later zijn.
Dat hebben ze niet gedaan. Ook bij de huidige gebouwen niet, kijk
maar naar de mall of de nieuwe winkels. Er zijn nergens
rolstoeltoegankelijke toiletten of aangepaste ingangen. Een
particulier moet inspelen op de behoeften van de klant. Dan moet hij
zijn infrastructuur zodanig aanpassen dat ook een mens met een
beperking zijn inkopen kan doen. Zij kunnen niets aan hun beperking
doen en de grondwet zegt dat niemand gediscrimineerd mag worden. Ik
vind dat als je geen accommodatie voor mij creëert, je mij
discrimineert.”
De financiële bijstand voor mensen met een beperking is vanwege de
regering SRD 100 per maand. “Ik vind het goed dat er iets wordt
gedaan, maar het kan stukken beter.” Vooral qua
onderwijsmogelijkheden en integratie op de arbeidsmarkt moet er veel
verbeteren. Ashwien: “Hoeveel mensen met een beperking kunnen aan
een baan worden geholpen? Ik vind dat zowel de overheid als het
particuliere bedrijfsleven en iedereen die betrokken is bij het
arbeidsproces een bepaald percentage van het aantal arbeidsplaatsen
beschikbaar moet stellen voor mensen met een beperking. Een idee zou
kunnen zijn dat de overheid korting op belastingen geeft aan
werkgevers als ze een aantal mensen met een beperking in dienst
nemen.”
Dat deze mensen extra voorzieningen nodig hebben, is duidelijk.
Er moet op den uur een bewustwordingsproces op gang komen, al vanaf
de basisschool. “Zo moeten docenten erop worden voorbereid dat er
mensen met een beperking op school kunnen zitten en hoe ermee om te
gaan. Ik kan mij nog heel goed herinneren dat toen ik in de 2de klas
van de basisschool zat, mijn leerkracht er niet mee om wist te gaan.
Zelfs op de universiteit moest ik twee maanden en drie dagen lang
steeds de trap klimmen. Ik was namelijk de eerste met zo’n
beperking. Pas na deze tijd hebben ze de voorzieningen die ik nodig
had, gecreëerd, waardoor ik me nu vrij kan bewegen op de
universiteit.”
Ashwien merkt toch wel dat het bewustwordingsproces langzaam maar
zeker op gang komt. “We moeten met zijn allen deze situatie actiever
aanpakken, want als we de dingen op zijn beloop laten, komt er
uiteindelijk toch niet veel van terecht”, besluit Ashwien.
Marian Macnack-Van Kats, voorzitster van de beleidscommissie voor
mensen met een beperking, beaamt dat Suriname op het vlak van
gehandicaptenvoorzieningen nog veel te leren heeft. Alhoewel de
regering enkele subsidies geeft aan de gehandicaptensector, is dit
te weinig. Macnack-Van Kats verduidelijkt: “Een groot probleem zijn
bijvoorbeeld de voorzieningen voor rolstoelpatiënten. Om een gebouw
te betreden, hebben deze mensen een breed, hellend vlak nodig. Als
dit al wordt gebouwd, wat zelden het geval is, is het pad vaak te
steil of te slecht onderhouden. Het ministerie van Sociale Zaken en
Volkshuisvesting heeft hierover al onderhandeld voor verbetering met
Openbare Werken, maar de relatie is stroef. Er moet nog een lange
weg worden afgelegd.”
Macnack-Van Kats is ook van mening dat mensen met een beperking nog
steeds vaak in een hoekje geduwd worden. “Ze worden afhankelijk
gehouden. Er wordt te weinig voor hun belangen opgekomen. Gelukkig
zijn deze mensen sinds enkele jaren meer en meer bewust geworden van
hun eigen kunnen en durven ze voor hun rechten op te komen.” Mede
dankzij organisaties als NARG (Nationale Adviesraad
Gehandicaptenbeleid) is deze bewustwording er gekomen. Zij proberen
ook het ministerie op de hoogte te houden van de problematiek rond
gehandicaptenvoorzieningen.
Wim Schiepers
▲
Boven