Nationaal
>
Het leven zoals het is: de verpleegkundige
‘Als je dit doet voor het geld, doe je de job niet goed’
Geplaatst:
17/03/2008
Paramaribo - Toen
ze 25 jaar geleden begon als hulpkracht, wist Sandra Silvin al heel
goed dat ze als verpleegkundige de job van haar leven zou
uitoefenen. Ze is subhoofd van de interne en chirurgische klasse.
‘Ik was 17 jaar en hielp mee bedden opdekken, patiënten baden en
eten rondbrengen. Daarna ging ik ziekenverzorging studeren en had ik
na twee jaar dat diploma op zak.’ Toch had ze naar eigen zeggen al
gauw door dat ze nog beperkt was in de kennis die ze had opgedaan.
‘Uit mezelf las ik boeken over verpleegkunde om voor mezelf in te
staan bij de uitoefening van mijn vak. Wanneer ik destijds geen
antwoord kon geven op de vraag van een patiënt, vond ik het best
erg. Ik was er tenslotte om mensen hulp te bieden.’ Vandaar de drang
voor Sandra om verder te studeren.
‘Ik vind het fijn om met mensen om te gaan. Ik houd niet van zittend
werk.’ Aan voldoening heeft Sandra geen tekort. ‘Geweldig is het
wanneer ik een patiënt kan helpen. Ik werk niet alleen voor het
geld. Ik geef er ook iets voor en dat is niet uit te drukken in
centen.’
Verpleegkundigen moeten op alles voorbereid zijn en soms komt het
voor dat ze een probleem van op het werk niet van zich af kunnen
zetten. ‘Ik probeer de dingen die hier gebeuren niet mee naar huis
te nemen. Toch kan ik het niet uit mijn hoofd zetten omdat het zo
ingrijpend was’, zegt ze. Zo vertelt ze het verhaal van een meisje
dat in de armen van de moeder was overleden. ‘Ik kon niet troosten
op dat moment, zo verslagen was ik. Dan vraag ik me af hoe ik het
anders had kunnen doen en hoe het anders had kunnen aflopen.’
Verpleegkundigen hebben dat af en toe nodig opdat ze zouden bijleren
vindt Sandra. ‘Op dat moment heb ik een leermoment, ja. Dan kijk ik
terug op hoe ik heb gereageerd en vraag ik mezelf af hoe ik een
volgende keer anders kan aanpakken.’ Gelukkig kunnen de
verpleegkundigen onderling hun onmacht over een bepaalde situatie
uiten en alles zo een plaats geven. ‘We zijn tenslotte allemaal
mensen nietwaar.’
Toch is het niet allemaal kommer en kwel waarmee verpleegkundigen in
contact komen. ‘Ik heb heel mooie momenten meegemaakt’, glundert
Sandra. ‘Zo dachten we dat iemand nooit meer zou kunnen lopen. Op
een dag wandelde ze hier weg met twee krukken onder de armen en kon
ze zichzelf behelpen. Het heeft weliswaar veel moeite gekost, want
die persoon had alle moed verloren. Maar daarna zag ik dat mijn
inzet niet voor niets geweest was.’ Het is daarom belangrijk volgens
Sandra dat verpleegkundigen het goede in de mensen stimuleren om
hetgeen ze in zich hebben te versterken. Ze moeten zich waardig
voelen, pas dan kunnen ze genezen.
De job van verpleegkundigen houdt niet op bij het verzorgen van
mensen. ‘Soms moet je politie spelen, een andere keer ben je een
rechter, een vriend of een moeder. Het komt voor dat medicijnen niet
helpen en dan helpt praten. Het zijn niet alleen tabletten die
mensen genezen, ook de inzet van verpleegkundigen maakt mensen
beter.’
Indien Sandra opnieuw zou kunnen kiezen, zou ze weer voor
verpleegkunde opteren. ‘Het zat al in me toen ik jong was, al heeft
mijn opleiding me verfijnd.’ De technische kant heeft ze moeten
leren, maar de menselijke kant kan je niet instuderen volgens haar.
‘Als je dit doet voor het geld, doe je je job niet goed.’ Daarom zou
Sandra het ook zo erg vinden indien ze het werk van vandaag op
morgen niet meer zou kunnen doen. ‘Ik zou wel enorm dankbaar zijn
voor al die jaren dat ik het heb kunnen doen’, relativeert ze
onmiddellijk. Toch zou ze niet bij de pakken blijven zitten. ‘Ik zou
mijn werk voortzetten in een andere zin. Zolang ik maar met mensen
kan omgaan.’
Leen Van Hemel
▲
Boven