Nationaal
>
Wijkkantoor Sozavo Calcutta zonder elektriciteit, stromend
water en meubels
Geplaatst:
05/03/2008
Paramaribo - Op
het wijkkantoor van Sociale Zaken en Volkshuisvesting, Sozavo, in
Calcutta, Saramacca, ontberen de ambtenaren elektriciteit en
stromend water. Reeds bij een eerste aanblik is het duidelijk dat de
werknemers niet over basisvoorzieningen beschikken. Hun meubilair
hebben ze zelf moeten timmeren en computers zijn een ver-van-hun-bed
show. ‘Onze brieven en vragen om verbetering van de infrastructuur,
gericht aan de minister blijven onbeantwoord’, aldus de ambtenaren.
‘We hebben op eigen houtje onze werktafels getimmerd’, vertrouwt één
van de ambtenaren ons toe. ‘Als we elektriciteit willen, moeten we
die zelf aftappen van de straat. Dit kan toch niet.’
Ondanks het feit dat zij de administratie feilloos op peil moet
houden, werkt het personeel onder primitieve omstandigheden. Het
ministerie zelf ontkende vorige week in alle toonaarden dat hij weet
heeft van deze voorhistorische situatie. Maarten Kartowikromo, hoofd
PR van het ministerie, diende Dagblad Suriname van een antwoord.
‘Het gebouw staat onder gezag van de overheid, wij huren het. De
verantwoordelijkheid voor het onderhoud ligt in handen van het
ministerie van Openbare Werken’, vervolgt hij. Wat het ontbreken van
de computers betreft, zei hij het volgende: ‘We zijn volop bezig met
de automatisering van gegevens die gelinkt worden aan de
automatiseringsunit in Paramaribo. Daarom gebeurt alles nog
handmatig.’
Kartowikromo stond Dagblad Suriname gisteren opnieuw te woord nadat
hij naar eigen zeggen de situatie had onderzocht. ‘De ambtenaren in
Saramacca kunnen dan wel beweren dat ze ons per brief op de hoogte
hebben gebracht, wij hebben nooit iets ontvangen.’ Hij gaat verder:
‘Wat het meubilair aangaat, hebben we nog niet lang geleden nieuwe
meubels aangeleverd.’ Toch benadrukt hij dat niet te ontkennen valt
dat iedereen goed werk levert. ‘Maar vertragingen in verband met de
digitalisering en het aansluiten van de nutsvoorzieningen hebben we
niet in de hand. De mensen zullen geduld moeten hebben.’
Leen Van Hemel
▲
Boven