Nationaal
>
Ex-ministers 8 december voor gewone rechter
Geplaatst:
28/01/2008
Paramaribo - De
ex-ministers Harvey Naarendorp (1982-1984), Badresein Sital
(1981-1983) en John Hardjoprajitno (1982-1983), die aangeklaagd zijn
wegens vermoedelijke betrokkenheid bij de decembermoorden, kunnen
geen beroep doen op hun politieke onschendbaarheid op grond van
artikel 14 van de Wet op de Militaire Rechtspleging. De voormalige
ministers die ten tijde van de 8 decembergebeurtenissen in functie
waren, zullen naar alle waarschijnlijkheid voor een gewone rechter
moeten terechtstaan. Dit bevestigen de auditeur-militair mr. John
Mohamedamin en mr. Marjorie Sanches, woordvoerster van het 8
decemberstrafproces, tegenover DBS.
Een ander bron van DBS legt deze materie wat eenvoudiger uit.
Volgens artikel 14 van de Wet op de Militaire Rechtspleging zullen
Harvey Naarendorp, Badresein Sital en John Hardjoprajitno niet bij
de Krijgsraad vervolgd worden maar bij de gewone rechter. Volgens
deze bron stelt een ieder de vraag of deze drie bewindslieden in
staat van beschuldiging moeten worden gesteld ingevolge de Wet in
staat van beschuldiging stelling politieke ambtsdragers. Die
gedachte vloeit volgens de bron voort uit de opvatting dat politieke
ambtsdragers volgens de grondwet bij het Hof van Justitie moeten
worden voorgeleid.
De zaak van 8 december wordt vervolgd
krachtens de Wet op de Militaire Rechtspleging omdat die bepaalt dat
wanneer burgers samen met militairen strafbare feiten hebben
gepleegd, de procureur-generaal kan beslissen dat zij allemaal voor
de Krijgsraad gaan. De wet inzake de Krijgsraad bepaalt echter dat
wanneer verdachten ook ministers of onderministers zijn geweest
(art. 14) dat de Krijgsraad die zaak niet behandelt maar de
kantonrechter. Volgens de bron zal het allemaal nog even duren om de
drie ministers te dagvaarden voor de gewone rechter.
▲
Boven