Nationaal
>
Nieuwjaarsboodschap president Ronald Venetiaan
Geplaatst:
02/01/2008
Paramaribo - ‘De
kringloop is weer vervuld en wij zijn, samen met alle mensen op deze
wereld, meegevoerd op de golfstroom van de tijd naar het einde van
het jaar 2007, om aldus het nieuwe jaar 2008 binnen te treden. Het
begrip kringloop is natuurlijk slechts betrekkelijk van toepassing,
want bij goede waarneming van het landschap langs onze route door
het heelal, het landschap van de condities en onze relaties langs de
route die wij volgen, de condities en relaties van ons persoonlijk,
van instituten in de samenleving, van landen en landengroepen
onderling, zal een ieder onderkennen, dat het nieuwe jaar geen
herhaling zal zijn van het jaar daarvoor.
Grotere groepen concentreren zich op de
donkere plekken in dat landschap, de verspreid liggende delen van de
vuilnisbelt van de incidenten en calamiteiten van het jaar 2007, de
hopen onrecht en ongerechtigheid die over ons heen gekomen zijn of
die wij zelf hebben helpen opstapelen in woorden, daden en misdaden
tegenover elkaar en tegenover ons volk. U hoeft niet van mij te
verwachten, dat ik u zal voorstellen de ogen te sluiten voor deze
vuilnisbelt.
Wat ik wel van u zal vragen, is dat u uw
kijkers zodanig richt, dat u het gehele landschap in u kunt nemen,
met alle vuil die er waar te nemen is, maar ook met de vele goede
zaken die er opgestapeld liggen, dankzij het werk van de zovele
jongeren en ouderen, zovele mannen en vrouwen die zich wel hebben
ingezet en nog inzetten om met al hun talenten hun plicht te doen
jegens zichzelf, hun omgeving, jegens het gehele volk en de gehele
mensheid.Suriname mag niet ten prooi vallen aan de veronderstelling,
dat het negatieve de overhand neemt in ons volk, de overhand neemt
onder de jongeren, de overhand neemt onder leiders en volgelingen
onder de volwassen generaties.
Wij hebben wel nodig om, zonder namen te
noemen, personen, instanties, bedrijven en organisaties, die zich in
positieve dienstbaarheid inzetten voor ons land en ons volk, aan te
moedigen door het bestaan van die inzet te erkennen en die tegelijk
aan een ieder voor te houden als een manier om zijn of haar bijdrage
te leveren in het bevorderen van een gezond leefklimaat voor
iedereen. Ons volk staat voor een aantal moeilijke opdrachten, die
wij in staat zijn op een waardige wijze te volbrengen, met de inzet
van een ieder, volgens de plaats en rol die aan hem of haar is
toebedeeld of waarvoor hij of zij zelf gekozen heeft.
Wij denken daarbij aan de berechting van
de verdachten van de moorden van december ’82, maar ook aan de
bestrijding van de armoede in het algemeen en in het bijzonder onder
de seniorenburgers, aan adequate bescherming van het jonge kind, aan
goede faciliteiten voor leerlingen en studenten, aan goede
leerkrachten, aan de regeling van de collectieve rechten van de
Inheemsen en de Marrons, aan de bescherming van ons milieu tegen de
destructieve krachten van het menselijk handelen maar ook tegen de
destructieve krachten van de natuur, aan de verhoging van de
veiligheid en de bescherming van de mens, van niet natuurlijke
personen en van de staat als geheel, aan het verder vormgeven van
onze economie en aan goed bestuur.
Bij deze gelegenheid zullen wij niet
ingaan op de instrumenten die moeten worden ingezet om de genoemde
en ook de niet genoemde uitdagingen waar wij voorstaan, op een goede
en effectieve manier tegemoet te treden.
Wat wij wel onder ogen moeten zien is, dat het hierbij niet gaat om
uitdagingen op het bord van de regering alleen. Het gaat om
uitdagingen, om opdrachten aan het gehele volk van Suriname, aan
alle ingezetenen, aan allen die genieten van de mogelijkheden van
dit land, allen die hun lot verbonden hebben aan Suriname.
Het gaat om u, bestuurders en
landsdienaren, om leerkrachten en studenten, om werkgevers en
werknemers, om handelaren en consumenten, om geestelijken en
gelovigen, om militairen en politiefunctionarissen, om advocaten,
notarissen en cliënten, om artsen, verpleegkundigen en patiënten, om
de rechterlijke macht, om de volksvertegenwoordigers. Nogmaals: om
ons allemaal.
Landgenoten,
Mede namens de regering wens ik u allen
een voorspoedig en gelukkig nieuwjaar toe.
Bij de kindertekeningen die mijn wenskaart voor dit jaar versieren,
staan behalve de goede wensen voor het jaar 2008, ook nog de woorden
genoteerd die zeggen:
‘De allerkleinsten krabbelen hun eigen
weg.’
Laten wij aan de allerkleinsten van gisteren, dat zijn de
volwassenen van nu, de allerkleinsten van vandaag en aan de
allerkleinsten van morgen, de generaties van de toekomst, een moreel
landschap bieden waarin de morele vuilnisbelt is opgeruimd, een
schoon landschap waarin zij, ons volk van vandaag en ons volk van
morgen, begaanbare paden kunnen vinden.’
‘God geve ons voor elke dag de route aan!’
▲
Boven