Nationaal
>
Plos-minister voorkomt stopzetting gelden sectorfondsen
Geplaatst:
26/02/2008
Paramaribo - Adequaat
optreden van minister Rick van Ravenswaay heeft voorkomen dat de
gelden uit Nederland voor de sectorfondsen in Suriname werden
stopgezet. Om en bij drie weken terug ontving de minister van
Planning en Ontwikkelingssamenwerking (Plos), Rick van Ravenswaay,
een brief van de Nederlandse ambassade waarin gedreigd werd dat de
gelden bestemd voor de sectorfondsen niet meer overgemaakt zouden
worden. De minister van Plos die ten tijde dat de brief verzonden
werd, in Brussel zat, nam meteen contact op met de minister van
Ontwikkelingssamenwerking in Nederland, Koenders. Dit gesprek heeft
erin geresulteerd dat het voorgenomen besluit om de gelden voor de
sectorfondsen terug te draaien, ongedaan werd gemaakt.Minister Van
Ravenswaay gaf in het vraaggesprek met DBS te kennen dat zijn
collega Koenders niet echt op de hoogte was van de brief die de
Nederlandse ambassade naar hem toe had doen uitgaan.
Als reden voor de stopzetting werd aangegeven dat de minister van
Plos in gebreke was gebleven ten aanzien van gemaakte afspraken met
Nederland. Het ging hierbij om de Joint Annual Review: een maatregel
die volgens Tanya van Gool, ambassadeur van Nederland in Suriname,
in bilateraal overleg is genomen. Minister Van Ravenswaay gaf aan
gevraagd te hebben naar een brede evaluatie ten aanzien van de Joint
Annual Review. ‘ Wij van het ministerie van Plos hadden aangegeven
hoe wij de review graag zagen en hebben dit bepleit. Echter heeft
men zich niet gestoord aan hoe wij graag die evaluatie zouden willen
en is men gewoon zijn gangetje gegaan. Hier hebben wij van Plos een
stokje voor gestoken. Als resultaat hierop beweerde men op de
Nederlandse ambassade dat de gelden tot nader order zouden worden
stopgezet.’ Minister Van Ravenswaay zegt meteen hierover zijn
misnoegen bij de minister van Ontwikkelingssamenwerking kenbaar te
hebben gemaakt. Hierbij heeft hij heel duidelijk aangegeven dat het
geen aangelegenheid kan zijn van Nederland om eenzijdig het beleid
in de war te sturen. ‘Daarnaast is het zeer verregaand dat Nederland
zich bemoeit met het beleid in Suriname waarbij duidelijke
instructies zijn gegeven en die niet opgevolgd zijn geworden. Het
kan nooit zo zijn dat het gehele beleid in de war werd gestuurd door
een ambassade die plotseling een brief naar mij toestuurt.’ Minister
Van Ravenswaay meent dat het niet de aangelegenheid is van de
Nederlandse ambassade om een brief op dergelijk niveau te zenden
naar een minister. Het gaat hier om een ministeriële aangelegenheid.
Het is volgens de minister niet uitgesloten dat het ontslag van
Rambharse als directeur van Plos ook gemaakt heeft dat de
Nederlandse ambassade de brief tot stopzetting van de gelden heeft
doen uitgaan. Dit wordt echter tegengesproken door de ambassadeur
van Nederland in Suriname,Tanya van Gool. Volgens haar heeft de
kwestie Rambharse in het geheel niets te maken met de brief. Ook is
er in deze geen sprake van een gemaakte fout door de Nederlandse
ambassade door de brief te richten naar de minister van Plos. ‘Wij
hebben als Nederlandse ambassade alle bevoegdheid om namens de
Nederlandse regering de minister van Plos te berichten dat indien
hij zich niet houdt aan de gemaakte afspraak, de gelden voor de
sectorfondsen stopgezet worden.’ Hierbij is de ambassade naar
woorden van Van Gool in het geheel niet buiten haar werkterrein
getreden: ‘ Het is onze taak erop toe te zien dat de gelden, die in
termijnen vrijgemaakt worden, ook daadwerkelijk besteed worden aan
de projecten. Minister Koenders van Ontwikkelingssamenwerking in
Nederland gaat over het gehele Nederlands ontwikkelingsbeleid en is
derhalve niet bezig met hele kleine details waaronder de technische
afspraken. Dat is een aangelegenheid van de ambassadeur in betrokken
land.’
Ambassadeur Van Gool geeft aan dat minister Koenders gevraagd heeft
om te overleggen met minister Plos. ‘En dat heb ik ook gedaan
waarbij er nieuwe afspraken zijn gemaakt met minister Van
Ravenswaay.’ Volgens de Nederlandse ambassadeur heeft de minister
van Plos te kennen gegeven zich te houden aan de gemaakte afspraken,
waarop het besluit om de gelden stop te zetten terug is gedraaid.
Dit is ook schriftelijk bekendgemaakt. In het door het ministerie
van Plos opgestelde jaarlijks rapport werd bekendgemaakt dat de
ministeries van Volksgezondheid en Landbouw, Veeteelt en Visserij
(LVV) slecht gepresteerd hebben met de verkregen gelden voor de
sectorfondsen. Bekend is dat als gevolg hiervan drie juristen,
inclusief het hoofd van de afdeling Juridische Zaken van
Volksgezondheid per 19 december 2007, schriftelijk zijn medegedeeld
dat de samenwerking tussen hen en het ministerie wordt opgezegd en
dat zij voortaan thuis mogen blijven met behoud van hun salaris.
Intussen zijn de juristen in februari 2008 ervan op de hoogte
gesteld dat ze overgeplaatst zijn naar andere afdelingen van het
ministerie. De Voorlichtingsdienst van het ministerie van
Volksgezondheid geeft te kennen dat er hiervan totaal geen sprake
is. De mensen zijn gewoon naar andere afdelingen geplaatst waar zij
nodig waren. “Het is toch normaal dat je op een andere afdeling
wordt geplaatst om je werkzaamheden voort te zetten. De mutatie
heeft totaal niets te maken met het jaarlijkse sectorale
fondsrapport.
Op de vraag aan de minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij,
Kermechand Raghoebarsingh, of zijn ministerie daadwerkelijk slecht
is beoordeeld in de Joint Annual Review over de uitvoering van
projecten middels sectorale steun, werd DBS verwezen naar voormalig
Plos-directeur, Inder Rambharse.‘Vraag het dan maar aan de heer
Rambharse’, luidde het commentaar van de LVV-minister. Dit verslag
is geschreven door de directeur van het ministerie van Planning en
Ontwikkelingssamenwerking, Plos, Inder Rambharse, zonder medeweten
van de minister. Aangegeven is dat het ministerie van LVV bitter
weinig heeft uitgevoerd. De LVV-minister gaf wel te kennen dat
momenteel tal van projecten worden uitgevoerd met gelden van de
sectorale hulp. Hij onderkende ook dat er vertraging is opgetreden
bij de uitvoering van deze projecten.
Echter, voor nader uitleg verwees hij naar Valerie Laljie, één van
de leden die belast is met de uitvoering van de sectorale projecten.
Zij somde een aantal projecten op die momenteel in uitvoering zijn
bij zowel het onderdirectoraat Landbouw, Veeteelt als Visserij. Het
gaat om het opzetten van het Viskeuringsinstituut, stimulering van
de teelt van kleine herkauwers, reorganisatie en rehabilitatie van
de staatsboerderij, het opzetten van waterschappen, het ondersteunen
van agro ondernemerschap en zaaizaadverbetering. ‘We hebben een
kleine stagnatie. We wachten op de goedkeuring van onze
kredietbehoefte die hopelijk binnenkort gaat plaatsvinden,’ gaf zij
mee. Na het wegwerken van dit euvel kan verder invulling worden
gegeven aan uitvoering van de projecten.
DBS heeft ook gesproken met de directeur van Plos, Inder Rambharse.
Hij wilde niet veel kwijt. Volgens zijn bewoordingen is hij
momenteel met verlof en werkt ook mee aan een oplossing. Hij
ontkende dat er jaarlijkse rapporten door hem geschreven zijn en
gepresenteerd aan de Nederlandse ambassade zonder medeweten van de
minister. ‘De problemen zijn door de minister zelf gecreëerd’,
blijft Rambharse van oordeel. Hij zei verder, dat de kwestie
momenteel op het bord ligt van de president. ‘Ik kijk ook graag uit
naar een oplossing en blijf voorzichtig in het doen van
uitlatingen.’
Bianca Bourne / Santi Sieuw/ Asha Bhagwat
▲
Boven