Nationaal
>
Jeugddistrictsraadslid:
‘Jeugdparlementariërs Nickerie niet zo actief’
Geplaatst:
23/02/2008
Paramaribo - Het
lid van de Jeugddistrictsraad van Nickerie Rabindrath Moerahoe, zegt
dat hoewel er een samenwerking behoort te zijn tussen de
jeugdparlementariërs en leden van de Jeugddistrictsraad(JDR), de
jeugdparlementariërs van het district hem niet uitnodigen als er een
vergadering gehouden wordt. Behalve dat hij JDR is, is hij ook
coördinator van de Surinaamse Jongeren Activisten (Surja), in
Nickerie.
Volgens Moerahoe is er maandag een bijeenkomst tussen de Surja-groep
van Nickerie, het bedrijfsleven, de districtscommissaris en een
vertegenwoordiger van Openbare Werken om over een project te praten
waar zij mee bezig zijn. ‘We willen voor de VOS, het VWO en het Havo
in de Aloekistraat 15 stuks duikers laten plaatsen.De jongeren van
de scholen komen zelf naar ons toe met hun problemen.’
De JDR zegt dat hij de jeugdparlementariërs van Nickerie niet bij
dit project heeft betrokken, omdat hij dit doet als lid van Surja,
en omdat hij van mening is dat de jeugdparlementariërs geen aandacht
aan hem als JDR besteden. Hij wil dus ook geen aandacht aan hen
besteden. ‘Ik vind het niet belangrijk dat zij erbij zijn, want ik
denk niet dat er wat van ze uit zal komen. Ik heb ook geen geloof in
ze. Als ik met mijn adviezen naar ze toe ga, geven ze geen positieve
reactie.’ Ook vindt hij dat de jeugdparlementariërs niet actief
bezig zijn in het district. Verder geeft hij aan, dat als zij een
vergadering houden, hij niet wordt uitgenodigd. Daarom neemt hij
zelf het initiatief om als lid van Surja en JDR, zijn bijdrage te
leveren in het belang van de jongeren.
Jeugdparlementariër Ruwisha Premcharan van Nickerie spreekt de JDR
echter tegen. ‘Wij nodigen wel de JDR’s uit, maar er zijn enkelen
die niet naar de vergaderingen komen. En bij elke activiteit die ik
ontplooid heb, heb ik ze uitgenodigd’,benadrukt Premcharan. Zij
geeft ook aan dat het om twee JDR’s gaat, die wegblijven. De
jeugdparlementariër is van mening dat zij moeten samenwerken, en ze
vindt het jammer dat er zulke uitspraken worden gedaan.
Natalie de Bruijn
▲
Boven