Nationaal
>
Benadeelde doet relaas over voorval:
‘Ik heb een onheuse behandeling gekregen van de politie’
Geplaatst:
05/02/2008
Paramaribo - De
benadeelde R.P. heeft helemaal geen goed woord over voor de
behandeling die hij vrijdag heeft gehad van de politieagenten op
bureau Geyersvlijt. Tegenover DBS verklaarde hij dat hij op die dag
omstreeks elf uur over de Rio Negrostraat reed op een bromfiets,
toen hij plotseling aangevallen werd door een bruine hond die langs
de weg stond. Hij is hierdoor gevallen waardoor hij schaafwonden
opliep alsook lichte letsel aan zijn rechterschouder-blad en
rechterbeen.
Hij heeft niet gezien in welke richting de hond is weggerend. Met
verwondingen heeft hij kans gezien om het bureau Geyersvlijt te
bereiken om aangifte te doen. Daar heeft hij een onheuse behandeling
gekregen van vier politieagenten, die niet eens zijn aangifte wilden
opnemen. ‘Die mannen zeiden tegen mij dat het geen aangiftegeval
is.’ R.P. zegt dat hij van het kastje naar de muur werd gestuurd om
uiteindelijk te besluiten weg te gaan. Hij heeft toen op eigen
kosten zijn huisarts geraadpleegd, die hem toen doorverwees naar het
St. Vincentius Ziekenhuis, alwaar er foto’s zijn gemaakt van zijn
verwondingen.
R.P. vraagt zich af waarom de politie geweigerd heeft zijn aangifte
te accepteren. ‘En men zegt dat de politie onze beste kameraad is,
nee hoor’. Zaterdag is hij gebeld door de buurtmanager van de Boer
Buiten/Munder, Audrey Beeldstroo-Haime, om gisteren langs te komen.
Hij heeft haar medegedeeld dat hij niet zal kunnen, maar wel
vandaag. Volgens R.P. probeert de buurtmanager de zaak nu recht te
trekken. Hij vraagt zich af of de gemeenschap het recht in eigen
handen moet nemen als de politie niet wil optreden.
DBS heeft de onderinspecteur van politie tevens publiciteitsman van
het Korps Politie Suriname (KPS), Humphrey Naarden, gesproken over
dit geval en die zegt het gebeuren te betreuren. ‘Ik vind het een
kwalijke zaak.’ Naarden zegt dat de politieagenten in ernstige
gebreke zijn gebleven om geen aangifte aan te nemen en dat dit niet
de wijze is waarop de politie moet omgaan met soortgelijke
situaties. In het Wetboek van Strafrecht (art. 491) staat alles
vermeld met betrekking tot gevaarlijke dieren en wie aansprakelijk
gehouden moet worden als er schade geleden is.
Hij is voorts de mening toegedaan dat men sowieso een aangifte moest
hebben aangenomen en de benadeelde naar de plaats moest hebben
gebracht waar het ongeluk zich heeft afgespeeld. Naarden keurt het
daarom af dat men R.P. gewoon heeft laten gaan ondanks het feit dat
hij met verwondingen naar het bureau was gekomen. Dat de
buurtmanager in de bres is gesprongen om de situatie alsnog te
bespreken, vindt hij een goed idee omdat zij het falen van haar
collega’s op haar manier probeert te corrigeren.
Zahier Azizahamad
▲
Boven