Nationaal
>
Voorzitter NJP:
‘Het moet niet uitmaken of vijf Hindoestanen of Creolen een
motie indienen’
Geplaatst:
10/04/2008
Paramaribo - ‘Het
moet niet uitmaken of het nou vijf Hindoestanen of vijf Creolen zijn
die een motie indienen, we zijn allemaal Surinamers.’ Dit heeft
Dhiradj Soekhai, voorzitter van het Nationaal Jeugdparlement (NJP),
gezegd tijdens de persbriefing die gisteren heeft plaatsgevonden op
het Jeugdinstituut. Hierbij is men ingegaan op verschillende zaken
die zich hebben afgespeeld op het Nationaal Jeugdcongres (NJC) van 3
en 4 april. Daar zijn twee moties ingediend, waarvan er in een is
gevraagd om transparantie bij de verkiezingen van het
Caricom-jeugdambassadeurschap. In de media is er breeduit over
geschreven en Soekhai vindt dat hetgeen in de media is uitgedrukt,
nogal hard was.
‘Surinaamse jongeren worden steeds mondiger en het is de taak van
het NJP om hetgeen de jeugd naar voren brengt in goede banen te
laten leiden. De motie was ingediend door een groep personen die van
eenzelfde etniciteit was, maar niemand is Hindoestaan, Creool,
Javaan of Chinees, het gaat om Surinamers’, verklaarde de NJP-
voorzitter. De tweede motie hield in dat hetgeen naar voren gebracht
is bij het NJC, wordt vastgelegd in een document dat wordt
aangeboden aan jongerenorganisaties, personen die affiniteit hebben
met jongerenwerk en de beleidsmakers om zodoende draagvlak te
creëren voor de aangekaarte problemen. Het is dan de bedoeling dat
het NJP controle kan uitoefenen, zodat er daadwerkelijk iets wordt
gedaan aan de problemen. Beide moties zijn aangenomen.
Jeugdparlementariërs Niesha Jhakry van Nickerie en Joel Dominie van
Marowijne zijn ingegaan op het feit dat er wat commotie was
ontstaan, omdat een jongere van Nickerie een uitspraak had gedaan
over het verblijven in dezelfde ruimte met vreemde jongeren en met
zijn dure spullen. Dat is jongeren van Marowijne in het verkeerde
keelgat geschoten. Jhakry gaf aan dat organisatoren mensen zijn, en
dat er fouten gemaakt kunnen worden waar er gewerkt wordt, ook voor
wat het organisatorische gedeelte betreft. Ook Dominie was onder de
indruk van het voorval, en gaf aan toch trots te zijn op de jongeren
van zowel Nickerie als Marowijne. ‘Wanneer zij in de gelegenheid
worden gesteld om zich uit te laten over bepaalde zaken, moet je
zulke dingen verwachten.’ De jeugdparlementariër heeft begrip voor
zowel de jongere van Nickerie die de opmerking heeft gemaakt, als
voor de reactie van de jongeren van zijn district. ‘Ik denk dat ik
jongeren van Marowijne naar Nickerie zal brengen om te tonen dat we
niet haatdragend zijn. Wij moeten het op een volwassen niveau
bespreekbaar maken.’ aldus Dominie. Het NJP heeft ook stilgestaan
bij de vliegramp die op 3 april de samenleving en het buitenland
heeft opgeschrikt en wenst de nabestaanden sterkte toe.
Natalie de Bruijn
▲
Boven