Nationaal
>
Defensieminister Ivan Fernald:
‘Militairen zijn met de haren erbij gesleept’
Geplaatst:
01/02/2007
Paramaribo - ‘Militairen
zijn er altijd geweest. Bijzondere taken van militairen zijn het
ondersteunen van de politie en het beschermen van economische
objecten. Maar laat mij duidelijk aangeven dat militairen zich niet
tussen strijdende partijen enerzijds en bedrijven anderzijds bewogen
hebben. We zijn met de haren erbij gesleept. We zorgen ervoor dat
springstoffen en chemicaliën onder controle zijn.’ Dit is de reactie
van de minister van Defensie, Ivan Fernald, over de kwestie Rosebel
Goldmines. ‘Volgens mijn rapportage is nooit een wapen gericht op
mensen.
Er is een keer een vuistvuurwapen
getrokken, omdat een militair zich bedreigd voelde. Maar hij heeft
zijn wapen naar de grond gericht.’ Vooralsnog weerspreekt
vakbondsman Errol Snijder de Defensieminister categorisch. ‘Een
militair wordt klaar gemaakt om zijn land te verdedigen. Hij wordt
niet klaargemaakt om buitenlanders te verdedigen tegen Surinamers’,
zegt een boze Snijders. Hij blijft erbij dat de militairen een
provocerende houding hebben aangenomen en daadwerkelijk hun wapens
hebben gericht op de actievoerenden. ‘We zijn al een week in
staking. Er is een eenheid van de militairen waar de explosieven
zijn opgeslagen.
Niet één moment zijn de arbeiders in
de buurt van de explosieven gegaan. Die waren voor ons niet
belangrijk. Onze intentie was niet om een guerrilla oorlog te
starten. We zijn bezig met een rechtvaardige vakbondsstrijd.’ Verder
zegt Snijders dat de bewindsman een administratieve taak heeft. Bij
operationele activiteiten maken slechts de opperbevelhebber en de
bevelhebber de dienst uit. Minister Fernald zegt echter dat de
instructie aan de militairen is om kalm te blijven. De arbeiders
mogen hun gang gaan, maar men moet er wel voor zorgen dat vitale
onderdelen beschermd worden. Afhankelijk van de situatie zal aan de
bewindsman gerapporteerd worden of de militairen zich terug zullen
trekken. ‘Maar of ze nu al terug getrokken zijn weet ik niet,’ aldus
minister Fernald.
Gregory Rijssen
▲
Boven