
Nationaal
>
Melvin Bouva
over invloeden van publieke opinie:
‘Krijgsraad zal mogelijk niet gevrijwaard zijn om oordeel te
vellen’
Geplaatst:
11/04/2007
Paramaribo - ‘Ik
bekijk de zaak heel nuchter’, zegt Melvin Bouva, voorzitter van het
Nationaal Jeugdparlement (NJP). Hiermee doelt hij op het 8
Decemberproces. Hij is van oordeel dat het, eenmaal in handen van de
rechter, zijn beloop moet vinden. Bouva vindt dat wij, na zoveel
jaren, in Suriname al klaar hadden moeten zijn met deze sleur van 8
december en de sleur van de revolutionairenperiode. Wat meer van
belang is, is hoe wij een punt hierachter kunnen zetten, want dit
houdt in zijn ogen de Surinaamse ontwikkeling achter.
Voor
de voorzitter van het NJP is het niet van belang hoe we mensen gaan
berechten. Dat is in handen van de rechter. Belangrijker voor hem
als jongere is hoe wij Suriname zullen helen en verder ontwikkelen
na dit 8 Decemberproces. Als Bouva de manier hoe het proces van
start gaat, bekijkt als actieve jongere en student Rechten, vindt
hij het minder ideaal, omdat we ervan mogen uitgaan dat het
rechtsproces geruisloos, zonder de onnodige onaangename publieke
opinie, zijn gang moet kunnen vinden. De ruis die nu bestaat is
onaangenaam voor het proces. ‘Het proces moet de rechter ongestoord
kunnen bereiken zonder de invloeden van het publiek, de gemeenschap
en de politiek, zodat hij een gepast oordeel kan vellen binnen een
bepaalde zaak’, zegt Bouva.
Op deze manier zal het oordeel dat
de eventuele Krijgsraad zal moeten vellen, mogelijk niet gevrijwaard
zijn van deze onnodige invloeden uit de hoeken van de politiek en de
publieke opinie. Bovendien is het de eerste keer dat Suriname
geconfronteerd is met een dergelijke zwaarwichtige zaak. In de ogen
van Bouva gaan volwassenen er zeker anders mee om dan de jongeren.
‘Veel volwassenen leven met een zekere rancune over 8 december, een
politiek maatschappelijke bagage van deze gebeurtenis in onze
geschiedenis. Jongeren volgen deze zaak vanaf de kantlijn en
bekijken de zaak nuchter. Echter, dit geldt waarschijnlijk niet voor
jongeren die dichterbij de slachtoffers staan.’ De voorzitter van
het NJP spreekt de hoop uit dat de gemeenschap op de meest gepaste
wijze ermee om zal gaan. Voor hem is de meest gepaste wijze met alle
respect en eerbied voor hetgeen de rechter indien het zover komt,
heeft uitgesproken.
Natalie de Bruijn
▲
Boven