Slogan

Dagblad Suriname - waar de krant lezen nog leuk is!                  Suriname's populairste krant.    Nu: 314 gebruiker(s) online

Banner pagina


navigatiebar

 Laatste nieuws | Sport | Vrije Tribune | Starbuzz | Fawaka | Foto's  Risaalah  Sandesa

Header

Banner
 
Banner pagina

 

 

 

Nieuws Tools Vertel een vriend Print bericht

Nationaal > Nederlandse commissie stelt vragen over relatie met Suriname

Geplaatst: 11/03/2005

Paramaribo - De Nederlandse commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Nederlandse regering over de beleidsnotitie Suriname, getiteld ‘Een rijke relatie. Suriname en Nederland: ‘heden en toekomst’ (kamerstuk 20361, nr. 116). De Nederlandse regering heeft deze vragen beantwoord bij brief van 22 februari 2005. DBS heeft de hand kunnen leggen op dit stuk en brengt u in vijf afleveringen de ‘Vragen en antwoorden’.

Deel 4

Vraag 27
Wat is de reden dat het Nederlandse aanbod in 2003 om uit de Schenkingsmiddelen de negatieve sociale effecten van een Public Sector Reform te helpen verzachten, (nog) niet tot een besluit heeft geleid?
Welke acties heeft de Surinaamse regering tot op heden in dit verband genomen naast de instelling van het ‘Steering Committee”?
Welke maatregel is de Nederlandse regering voornemens te nemen wanneer de Surinaamse regering deze hervormingen, ondanks de in 2003 gemaakte afspraken, niet uitvoert?

Antwoord 27
Het Nederlandse aanbod heeft nog niet tot een besluit geleid, omdat Suriname pas in 2004 aan de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank heeft gevraagd een ‘road map’ op te stellen voor Public Sector Reform. Met deze road map wordt niet alleen beoogd te inventariseren welke elementen deel zullen uitmaken van een hervormingsprogramma, maar wordt ook gestreefd naar het creëren van draagvlak voor die hervormingen. De road map zal in de loop van 2005 worden aangeboden aan de regering die na de verkiezingen in mei 2005 aantreedt. In september 2003 zijn geen afspraken gemaakt over deze hervormingen. Nederland heeft toen slechts het aanbod gedaan mitigerende maatregelen te zullen financieren. Dit aanbod blijft van kracht.

Vraag 28
In hoeverre acht de regering de uitslag van de in mei 2005 plaatsvindende verkiezingen in Suriname van invloed op de doelstelling van Nederland te werken aan goede bilaterale betrekkingen?

Antwoord 28
Nederland streeft naar continuering van de goede bilaterale samenwerking met Suriname. Aangenomen wordt dat het resultaat van de verkiezingen deze bilaterale samenwerking niet in de weg zal staan. In dat verband ziet Nederland met belangstelling uit naar de volgende regering en haar beleidsprogramma.

Vraag 29
Kunt u de Kamer een overzicht geven van de maatregelen en instrumenten ter bevordering van de participatie van het maatschappelijke middenveld in Nederland en in Suriname in de ontwikkeling van Suriname?

Antwoord 29
Het Medefinancieringsprogramma (MFP) en het Thematisch Medefinancieringsprogramma (TMF) zijn brede instrumenten ter bevordering van de participatie van het maatschappelijk middenveld in ontwikkelingslanden. Ze zijn echter niet specifiek op Suriname gericht. In Suriname gaat de aandacht vooral uit naar het betrekken van stakeholders uit het maatschappelijk middenveld bij het opstellen van de sectorbeleidsplannen. Zij zullen ook een rol moeten spelen in de uitvoering van deze plannen. In diverse committeringsbrieven wordt uitdrukkelijk gewezen op het belang van participatie door het maatschappelijk middenveld, zoals bij Onderwijs en Gezondheidszorg. Voor capaciteitsopbouw in Suriname is binnen de Verdragsmiddelen een bedrag gereserveerd van € 21 miljoen. Het is de bedoeling dat een deel van dit bedrag wordt gebruikt voor capaciteitsopbouw van het maatschappelijk middenveld, om betere invulling te kunnen geven aan de rol die men in de samenleving wil spelen.

Vraag 30
Kunt u de Kamer aangeven aan welke criteria de Nederlandse regering groot belang hecht bij de toewijzing van de Aanvullende middelen en wat u concreet bedoelt met “op basis van behoefte”?

Antwoord 30
Zie het antwoord op vraag 3.

Vraag 31
Op welke wijze probeert de Surinaamse regering te komen tot meer economische en politieke integratie in de eigen regio? Wat zijn de vooruitzichten daarbij?

Antwoord 31
Zie het antwoord op vraag 17.

Vraag 32
Worden de Aanvullende Middelen ook ingezet na afloop van de bestaande Verdragsmiddelen?

Antwoord 32
In het Raamverdrag inzake Vriendschap en Nauwere Samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname (1992) bevestigt artikel 2, lid 7 dat Nederland bereid is ook na besteding van de Verdragsmiddelen genoemd in het Verdrag inzake Ontwikkelingssamenwerking van 1975 aanvullend Verdragsmiddelen beschikbaar te stellen. Omvang, aard en duur zullen door beide staten in overleg worden vastgesteld, hetgeen impliceert dat Nederland niet zonder meer verplicht is Aanvullende Middelen beschikbaar te stellen.

Vraag 33
Zijn er al vordering gemaakt in de samenwerking tussen Nederland en Suriname ter bestrijding van (de gevolgen van) HIV/Aids? Zo ja, welke?

Antwoord 33
Binnen het sectorplan Gezondheid heeft HIV/AIDS-bestrijding prioriteit. Suriname heeft zelf ook een Nationaal Strategisch Plan ter bestrijding van HIV/AIDS opgesteld, dat aansluit op het sectorplan. Financiering van het HIV/AIDS-Plan komt deels uit het Global Fund, waar Nederland ook aan bijdraagt. Tijdens het recente beleidsoverleg, op 28 januari 2005, tussen de Nederlandse minister voor Ontwikkelingssamenwerking en haar Surinaamse ambtgenoot, heeft Nederland gewezen op het belang van preventie en voorlichting met betrekking tot HIV/AIDS. Nederland heeft aangegeven hier desgevraagd additioneel middelen voor beschikbaar te willen stellen. Suriname heeft dit aanbod in overweging genomen. Zie ook het antwoord op vraag 15.

Vraag 34
Is de voorgenomen uitbreiding van activiteiten gericht op het midden- en kleinbedrijf al geconcretiseerd? Zo ja, welke resultaten zijn er tot op heden gerealiseerd?

Anwoord 34
Het Investerings Fonds Nederland – Suriname (IFONS) is een fonds voor lange termijn investeringskredieten voor het Surinaamse bedrijfsleven. Het IFONS wordt gefinancierd uit de Verdragsmiddelen. De tweede fase van het IFONS zal in 2005 op gang komen. Daarbij zal expliciet aandacht worden gegeven aan de toegang van kleinere ondernemingen tot krediet. Met uitzondering van de mijnbouwsector telt Suriname overigens weinig grote ondernemingen. Het grootste deel van het bedrijfsleven bestaat uit midden- en kleinbedrijf. Aandacht voor het bedrijfsleven in zijn totaliteit staat in Suriname dan ook bijna gelijk aan aandacht voor het midden- en kleinbedrijf.

Vraag 35
Waarom trekt de Nederlandse regering de stellige conclusie “De lessen zijn geleerd”? Geldt deze conclusie zowel voor Nederland als voor Suriname?

Antwoord 35
Het rapport ‘Lessons Learned’ is openhartig over de ontwikkelingssamenwerking tussen Nederland en Suriname in de periode 1975-2000. De aanbevelingen voor de toekomst zijn helder. De belangrijkste adviezen zijn openheid, transparantie en duidelijkheid over gemaakte afspraken. Een en ander is met Uw Kamer besproken op 3 juni 2004 (AO Lessons Learned). De samenwerking met Suriname is nu al gebaseerd op deze aanbevelingen. Ook Suriname geeft herhaaldelijk aan het belang van deze aanbevelingen te onderschrijven.

Vraag 36
Deelt u de redenering, dat

a) Nederland - omdat al er al 300 jaar een (bilaterale) hulprelatie met Suriname is, het ontvangende land klein is, er geen andere donoren van enige betekenis waren/zijn en het hulpbedrag (vooral ook per capita) groot was/is - van een evaluatie van haar hulp aan Suriname meer kan leren dan van welke andere evaluatie van bilaterale ontwikkelingshulp?

b) het effect (ten opzichte van de input) dan zuiverder kan worden gemeten, waardoor de beleidsrelevantie en het leereffect van een dergelijke evaluatie groter kunnen zijn?

Zo ja, welke zwaarwegende argumenten heeft u om de in het door het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) opgestelde Terms of Reference van de ‘Lessons Learned-studie’ Een belaste relatie, 25 jaar Ontwikkelingssamenwerking Nederland-Suriname opgenomen omvattende evaluatie van de hulprelatie met Suriname niet uit te (laten) voeren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 36
Het effect van de Nederlandse hulpinspanningen in Suriname is wellicht eenvoudiger te meten dan in andere landen, waar een veelheid aan donoren opereert. Een evaluatie zal qua beleidsrelevantie en leereffect echter weinig toevoegen aan de conclusies van het rapport ‘Lessons Learned’. Deze conclusies zijn ook verwerkt in de beleidsnotitie ‘Een rijke relatie’. Wat betreft de evaluatie van de hulprelatie met Suriname zij verder verwezen naar het antwoord op vraag 19.

Vraag 37
Onderschrijft u het feit dat:

a) zowel de beleidsdoelstellingen als de benadering/methode van hulpverstrekking in de periode vanaf de hervatting van de hulp aan Suriname in 1988 zijn gewijzigd?

b) de onder a) genoemde periode in de ‘Lessons Learned-studie’ minder is bestudeerd dan de periode vóór 1988?
c) in de ‘Lessons Learned-studie’ het archiefonderzoek is uitgevoerd tot het jaar 2000?
Zo ja, zijn dit volgens u argumenten om in elk geval de meer recente periode, dat wil zeggen de periode vanaf 1988 of 1992 tot heden, te laten analyseren en evalueren door het IOB, mede ook in verband met de toekomst? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 37a
Ja. De beleidsdoelstelling armoedebestrijding is in de loop der jaren prominenter op de agenda gekomen. Met de internationaal veranderende inzichten in ontwikkelingssamenwerking is ook de methodiek annex benadering van de hulp na hervatting van de hulprelatie in 1988 gewijzigd. Het belang van structurele aanpassingen trad op de voorgrond. Bij het herstel van de bilaterale relatie in 2001 deed zich een nieuwe verschuiving voor, en wel van een projectmatige aanpak naar een meer programmatische aanpak (de sectorale benadering), waarbij een geïntegreerde lange termijn planning belangrijker is geworden.

Antwoord 37b
Nee.

Antwoord 37c
Ja, conform de Terms of Reference van de studie ‘Lessons Learned’. Voor wat betreft het verzoek om evaluatie zij verwezen naar het antwoord op vraag 19.

(wordt vervolgd)

De voorzitter van de commissie,
De Haan

De adjunct-griffier van de commissie,
Van Toor

Meer Nieuws

Meer nieuws: 11/03/05

 

Boven

Banner pagina

Bij overname Bron vermelding verplicht / Dagblad Suriname.

Om deze website te bekijken heeft u Macromedia Flash player 7.0 of hoger nodig.
Indien uw browser geen scripting support, gelieve de Java software te downloaden.

sub navigatie
Meer Rubrieken




Happy Birthday to you ....
Dankbetuigingen en overlijdensberichten
Adverteren binnen DBS!
Colofon

Bekijk ons nieuwsarchief!

Download wallpapers

Verfris jouw desktop!

 

Banner pagina

 

bottom navigatiebar

 Privacy verklaring | Colofon | Adverteren | Vertel een vriend | Maak ons uw Startpagina!